is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onze oudste religieuze toverspreuken. Ik besteedde een groot deel van mijn tijd om de beginselen van die twee talen te leren. In dien tijd waren er nog enkele landlieden, die thuis niets anders dan Sabijns spraken en ik bracht twee hunner er toe om naar Rome te komen en Pallas, die nu als mijn secretaris fungeerde, te helpen aan materiaal voor een kort Sabijns woordenboek. Ik betaalde hen goed ervoor. Ik zond Callon, den besten van mijn andere secretarissen, naar Capua, om materiaal te krijgen voor een dergelijk woordenboek van de Etrurische taal, van Arruns, den priester, die mij de inlichting over Lars Porsena had gegeven, waar Pollio zo’n plezier om had gehad en waarvan Livius zo’n afschuw had getoond. Deze twee woordenboeken, die ik later aanvulde en uitgaf, stelden mij tot mijn grote satisfactie in staat, een aantal open vragen betreffende oude erediensten op te helderen; maar ik had geleerd voorzichtig te zijn en ik schreef geen woord, dat Augustus’ geleerdheid of oordeel kon aantasten.

Ik zal geen tijd besteden aan een verslag van den Balkanoorlog. Ik wil alleen vermelden, dat niettegenstaande de knappe leiding van mijn oom Tiberius, de kundige hulp, hem gegeven door mijn schoonvader Silvanus, en de kranige heldendaden van Germanicus, het drie jaar duurde voor hij beëindigd was. Tenslotte was het gehele land onderworpen en practisch in een woestijn veranderd, omdat deze stammen, mannen en vrouwen, met een buitengewone roekeloosheid streden en alleen hun nederlaag erkenden, wanneer vuur, hongersnood en epidemieën de bevolking meer dan gehalveerd had. Toen de leiders der opstandelingen naar Tiberius kwamen om over den vrede te onderhandelen, ondervroeg hij hen zorgvuldig. Hij wilde weten, waarom zij eerst opstand gemaakt hadden en daarna zo wanhopig tegenstand hadden geboden. De hoofdman der rebellen, een man genaamd Bato, antwoordde: „Het is uw eigen schuld. Gij zondt als bewakers van uw kudden geen schaapherders of honden, maar wolven.”

Dit was niet helemaal waar. Augustus koos de bestuurders van zijn grensprovincies zelf uit, betaalde hun een aanzienlijk salaris en zag toe, dat zij geen keizerlijke inkomsten ten eigen bate aanwendden. Belastingen werden rechtstreeks aan hen betaald en niet langer verpacht aan gewetenloze instellingen tot het innen van belastingen.