is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudig bospad. Maar hij was zo onvoorzichtig geen voorhoede van tirailleurs uit te zenden of zich op de flanken te beveiligen en liet zijn gehele legermacht — waar een groot aantal non-combattanten bij was — zich in een lange, wanordelijke colonne voortbewegen met even weinig voorzorg alsof hij zich op niet meer dan vijftig mijlen van Rome bevond. Hij kwam heel langzaam vooruit, omdat hij voortdurend bomen moest vellen en riviertjes moest overbruggen om de wagens met proviand te laten passeren; en dit gaf een zeer groot aantal stamgenoten gelegenheid om zich te voegen bij de krachten, die in hinderlaag lagen. Het weer sloeg plotseling om, een zware regen, die meer dan vier en twintig uur lang neerviel, doorweekte de leren schilden der manschappen, waardoor ze te zwaar werden om er mee te vechten, en hij stelde de bogen der schutters buiten gevecht. Het lemen pad werd zo glad, dat het moeilijk werd op de been te blijven en de karren bleven telkens vastzitten. De afstand tussen den kop en de staart van de colonne werd groter. Toen rees een rooksignaal van een naburigen heuvel en plotseling vielen de Germanen aan, zoowel op het front, bij de achterhoede en op de flanken.

In een regelmatig gevecht hadden de Germanen niet veel tegen de Romeinen in te brengen, en Varus had hun lafheid niet erg overdreven. Eerst waagden zij het alleen, achterblijvers en karrenvoerlui aan te vallen. Zij vermeden gevechten van man tegen man, maar slingerden zwermen pijlen en spiesen van achter verdekte plaatsen en renden het woud weer in zodra een Romein maar een zwaard trok en riep. Maar zij veroorzaakten heel wat ongevallen door deze taktiek. Afdelingen aangevoerd door Hermann, Segimerus en andere opperhoofden maakten versperringen op den weg door buitgemaakte karren bij elkaar te rijden, de wielen kapot te maken en bomen hier overheen te laten vallen. Zij maakten verscheidene van deze versperringen en lieten stamgenoten er bij, om de soldaten te verontrusten, als die probeerden ze op te ruimen. Dit hield de mannen aan het einde der colonne zo op, dat zij uit vrees het verband te verliezen alle karren, die zij nog in hun bezit hadden, in den steek lieten en vooruit renden, in de hoop, dat de Germanen het zo druk zouden hebben met plunderen, dat zij een tijdlang niet

tot aanvallen zouden komen.

Het legioen aan den kop had een heuvel bereikt, waar