is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan had), bouwde hij een zeer indrukwekkende legermacht op en hij zond iedere compagnie apart naar het Noorden, zodra zij gewapend en uitgerust was.

Ik schaamde mij diep en het deed mij veel verdriet, dat ik in dit uur van Rome’s uitersten nood niet in staat was, het als soldaat tot zijn bescherming te dienen. Ik ging naar Augustus en vroeg uitgezonden te worden in een hoedanigheid, waarbij mijn slechte lichamelijke gesteldheid geen bezwaar zou vormen. Ik stelde voor te gaan als officier van den inlichtingendienst van Tiberius, dien ik dan zou kunnen helpen met het nuttige werk van het verzamelen en vergelijken van rapporten omtrent de bewegingen van den vijand, het ondervragen van gevangenen, het maken van kaarten en het geven van speciale instructies aan spionnen. Mocht dit niet gaan (al achtte ik mijzelf daarvoor het meest geschikt omdat ik een zorgvuldige studie had gemaakt van de veldtochten in Germanië, omdat ik geleerd had logisch te denken en beambten leiding te geven), dan bood ik mij aan om te fungeren als Tiberius’ kwartiermeester-generaal: ik zou in Rome de noodzakelijke artikelen voor het leger requireren, ik zou ze controleren en distribueren bij hun aankomst aan de basis. Het scheen Augustus plezier te doen, dat ik mij zo bereidwillig had aangeboden en hij zeide, dat hij met Tiberius over mijn voorstel zou spreken. Maar er kwam niets van. Misschien achtte Tiberius mij niet tot enig nuttig werk in staat; misschien vond hij het alleen maar vervelend, dat ik dit verzoek gedaan had, terwijl zijn zoon Castor geen dienst had willen nemen en Augustus er toe had gebracht hem naar het Zuiden van Italië te sturen om daar troepen te vormen en te oefenen. Het gaf me echter enige troost, dat Germanicus zich in hetzelfde geval bevond als waarin ik was. Hij had zich voor den dienst in Germanië aangeboden, maar Augustus had hem in Rome nodig, waar hij zeer populair was, om hem te helpen de opstootjes onder de bevolking te onderdrukken, die naar hij vreesde zouden uitbreken, zodra de troepen de stad hadden verlaten.

Intussen vervolgden de Germanen al de vluchtelingen van Yarus’ leger tot den laatsten man en offerden vele Romeinen aan hun woudgoden door hen in rieten kooien levend te verbranden. De rest hielden zij gevangen. (Enigen hunner werden later door hun verwanten tegen een buitensporig hogen prijs losgekocht, maar Augustus

12