is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derden van mijn bezittingen. Evenzo is het mijn wens, dat in eerste instantie mijn geliefde echtgenote Livia mijn erfgenaam zal zijn voor het overblijvende derde deel, als de senaat haar welwillend zal toestaan zoveel te erven (want het is meer, dan volgens de voorschriften aan een weduwe is toegestaan te erven) en een uitzondering voor haar geval zal maken, daar zij den staat zo voortreffelijk gediend heeft.” In tweede instantie — dat is in het geval, dat de eerstgenoemde erfgenamen overleden zouden zijn of op andere wijze niet in staat zouden wezen de erfenis te aanvaarden — had hij die kleinkinderen en achterkleinkinderen vermeld, die leden waren van het huis der Julii, en zich niet de publieke ongenade op den hals gehaald hadden, en daar Postumus onterfd was, waren dit Germanicus, als de geadopteerde zoon van Tiberius en de echtgenoot van Agrippina, Agrippina zelf en haar kinderen, en Castor en Livilla en hun kinderen. In deze tweede instantie zou Castor een derde en Germanicus met zijn familie twee derden der bezittingen ervan. In derde instantie noemde het testament verschillende senatoren en verwijderde betrekkingen, maar meer als gunstbewijs dan als waarschijnlijke erfgenamen. Augustus kan niet verwacht hebben, dat hij veel erfgenamen in eerste en tweede instantie zou overleven. Die in derde instantie waren in drie categorieën verdeeld: de meest begunstigde tien zouden gezamenlijk de helft der bezittingen erven, de volgende meest begunstigde vijftig moesten een derde der bezittingen delen en de derde categorie bevatte de namen van de overblijvende vijftig, die het resterende zesde deel zouden erven. De laatste naam van deze laatste lijst van de laatste instantie was Tiberius Claudius Drusus Nero Germanicus, of wel Clau-Clau-Claudius, of Claudius de Idioot of zoals Germanicus’ kleine jongens hem al leerden noemen: „die arme oom Claudius” — kortom ikzelf. Julia en Julilla werden niet genoemd behalve in een gedeelte, waarin verboden werd dat haar as naast die van hem begraven zou worden in het mausoleum, als zij kwamen te overlijden.

Al had Augustus in de afgelopen twintig jaar veel geërfd van de oude vrienden, die hij had overleefd, zodat hij niet minder dan honderd veertig millioen goudstukken had ontvangen, en hoewel hij zeer zuinig geleefd had, had hij zoveel uitgegeven aan tempels en publieke werken, aan aalmoezen en volksspelen, aan grensoorlogen (als de