is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het paard van den boodschapper werd herkend door den eigenaar en evenzo ging het met den boodschapper zelf, een van Germanicus’ eigen stalknechten. Het gerucht deed de ronde, dat de brief vervalst was. Maar de veteranen voelden er meer voor, hem als authentiek te beschouwen en vroegen om het beloofde verlof en de uitbetaling. Germanicus antwoordde dat de keizer een man van zijn woord was en dat de verloven dienzelfden dag zouden verleend worden. Maar hij vroeg hun om nog wat geduld te hebben wat het legaat betrof, dat pas volledig betaald kon worden als zij naar hun winterkwartieren terugmarcheerden. Er was niet voldoende specie in het kamp, zei hij, om iederen man zijn zes goudstukken uit te betalen, maar hij zou den bevelhebber zoveel laten geven als er was. Dit stelde hen gerust, al draaide de opinie min of meer ten ongunste van Germanicus, die blijkbaar toch niet de man was voor wien zij hem gehouden hadden: hij was bang voor Tiberius, zeiden zij, en zag niet tegen een vervalsing op. Zij zonden patrouilles uit om hun hoofdmannen op te zoeken en beloofden om weer te gehoorzamen aan de bevelen van hun bevelhebber. Germanicus zei den bevelhebber, dat hij hem bij den senaat wegens lafheid beschuldigen zou als hij niet onmiddellijk zijn gezag liet gelden.

Na toegezien te hebben dat de verloven behoorlijk waren verleend en het beschikbare geld was verdeeld, reed Germanicus naar de Hogere Provincie. Hij vond de legioenen werkeloos en in afwachting van berichten over de gebeurtenissen in de Lagere Provincie, maar nog niet aan het muiten, want Silius, hun bevelhebber, was een krachtig man. Germanicus las hun denzelfden vervalsten brief voor en liet hen trouw aan Tiberius zweren, wat zij direct deden.

Het nieuws van de muiterij aan den Rijn veroorzaakte een grote opschudding in Rome. Tiberius, die heel wat critiek had ontmoet omdat hij Castor naar den Balkan had gestuurd — de muiterij was daar nog niet bedwongen — inplaats van zelf te gaan, werd hij nu in de straten uitgejouwd. Men vroeg hem, waarom juist de troepen, die hij zelf had gecommandeerd, nu muitten, terwijl de andere loyaal bleven. (Want de legioenen die in Dalmatië onder bevel van Germanicus hadden gestaan, hadden ook niet gemuit.) Ze riepen, dat hij nu maar direct naar Germanië moest gaan en zijn eigen vuile was aan den