is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ik moet hier direct zeggen, dat deze Agrippinilla een der slechtsten van de Claudii zou worden — ik mag wel zeggen, dat het er uitziet alsof zij al haar voorouders in aanmatiging en verdorvenheid zal overtreffen. Agrippina was na haar bevalling een paar maanden ziek en niet in staat om Caligula goed de baas te blijven, dus werd hij in Rome te logeren gestuurd zodra Germanicus zijn voorjaarscampagne begon. Het kind werd een soort nationale held. Telkens als hij met zijn broers uit wandelen ging, werd hij toegejuicht, nagekeken en gefêteerd. Hoewel hij nog geen drie jaar was, was hij wonderlijk vroeg wijs. Een buitengewoon moeilijk geval: alleen vriendelijk wanneer hij zijn zin kreeg en alleen gezeggelijk wanneer hij stevig aangepakt werd. Hij woonde bij zijn overgrootmoeder Livia, maar zij had geen tijd om behoorlijk op hem te letten en omdat hij altijd ondeugd uithaalde en ruzie maakte met zijn oudere broers, kwam hij van haar bij mijn moeder en mij. Mijn moeder sprak hem nooit naar den mond maar voedde hem ook niet streng genoeg op, tot hij op een dag in een kwade bui naar haar spuwde en zij hem een flinken klap gaf. „Lelijke ouwe Germaanse vrouw,” zei hij, „ik zal je Germaans huis in brand steken!” Hij gebruikte „Germaans” als de ergste belediging, die hij kende. En dien middag sloop hij weg naar een rommelkamer die naast den slavenzolder was en vol oude meubelen en prullen stond en stak daar een stapel versleten stromatrassen in brand. Het vuur deelde zich weldra aan de gehele bovenverdieping mede en daar het een oud huis was met vermolmde balken en gaten in den vloer, was er zelfs met een emmer-keten zonder einde naar den karpervijver aan blussen niet te denken. Het gelukte mij, al mijn papieren en kostbaarheden en wat van mijn meubels te redden en er waren geen levens te betreuren behalve van twee oude slaven die ziek te bed lagen, maar er bleef niets van het huis over dan de naakte muren en de kelders. Caligula werd niet gestraft, omdat hij al zo erg van den brand was geschrokken. Hij was er bijna zelf ingeraakt, omdat hij zich schuldbewust onder zijn bed verborgen had, totdat hij door den rook verdreven werd en gillend te voorschijn kwam.

Nu wilde de senaat het besluit nemen, dat mijn huis op staatskosten herbouwd zou worden, op grond van het feit, dat er zoveel roemrijke familieleden gewoond hadden, maar Tiberius wilde dat niet toestaan. Hij zei, dat de