is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

centrum van de wereld, zoals Rome vroeger en nu het politiek centrum was en is, en hij toonde zijn eerbied voor haar traditie door de stad binnen te gaan in een eenvoudig Grieks gewaad, barrevoets en zonder lijfwacht. Van Alexandrië uit zeilde hij den Nijl op, bezocht de pyramiden, de Sphinx, de reusachtige ruïnes van het Egyptische Thebe, een vroegere hoofdstad en het grote stenen beeld van Memnon, waarvan de borst hol is en dat kort na zonsopgang begint te zingen, omdat de lucht in de holte warm wordt en naar boven stroomt door de keel, waarin een fluit zit. Hij ging tot de ruïnes van Elephantine en hield zorgvuldig aantekening van zijn reizen. Te Memphis bezocht hij de lustwarande van den groten God Apis, geïncarneerd als stier met een bijzondere tekening van de huid; maar Apis gaf hem geen bemoedigend teken door bij de ontmoeting weg te lopen en de „boosaardige stal” in te gaan. Agrippina was bij hem, maar Caligula was achtergelaten in Antiochië onder de hoede van zijn leermeester, als straf voor zijn voortdurende ongehoorzaamheid.

Germanicus kon nu niets doen dat Tiberius’ wantrouwen in hem niet aanwakkerde, maar naar Egypte te gaan was de grootste fout, die hij tot nu toe had gemaakt. Ik zal u vertellen waarom. In het begin van zijn regering had Augustus al begrepen, dat Rome voornamelijk van Egypte afhankelijk was voor den import van koren. Viel Egypte in de handen van een avonturier, dan kon het met een heel klein leger verdedigd worden. Hij had een regeringsvoorschrift uitgevaardigd, dat geen Romeinse ridder of senator de provincie mocht bezoeken, dan met toestemming van hemzelf. Algemeen werd aangenomen, dat dezelfde regel onder Tiberius gold. Maar Germanicus, opgeschrikt door de berichten van den hongersnood in Egypte, had geen tijd willen verknoeien met het vragen van een toestemming om er naar toe te gaan. Tiberius was nu zeker, dat Germanicus op het punt stond te ondernemen, wat hij zolang van plan was geweest; hij was zeker naar Egypte gegaan om de bezetting daar naar zijn kant over te halen. De tocht den Nijl op was niets dan een voorwendsel om de grensbewaking te bezoeken. Het was eigenlijk helemaal een fout geweest, hem naar het Oosten te sturen. Tiberius beklaagde zich openlijk in den senaat over een zo vermetele inbreuk op Augustus’ strikte bevelen.