is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Lentulus, die nu zeer arm achtergebleven was, geen wrok tegen hem had.

Tiberius kwam twee hele maanden lang niet in den senaat : hij kon de senatoren niet in de ogen kijken met de wetenschap, dat hun vrouwen de brieven van Augustus over hem kenden. Sejanus sprak er met hem over, dat het goed voor zijn gezondheid zou wezen, als hij Rome een tijdje verliet en een paar mijlen buiten de stad in een van zijn buitenverblijven ging wonen. Dan zou hij geen last hebben van den dagelijksen drom paleisbezoekers of van het lawaai en de drukte der stad. Tiberius volgde dien raad op. Hij nam een reeks maatregelen tegen zijn moeder: hij ontsloeg haar van de staatszaken wegens gevorderden leeftijd, hij liet haar naam weg op alle openbare documenten, hij maakte een eind aan de eerbewijzen, die haar op haar verjaardag gebracht werden, hij liet blijken, dat het verbinden van haar naam met den zijnen, of het prijzen van haar in den senaat als weinig minder dan verraad beschouwd zou worden. Sterker durfde hij geen wraak te nemen. Hij wist, dat zij nog een brief had, dien hij haar van Rhodus geschreven had en waarin hij haar zijn leven lang gehoorzaamheid beloofde. Hij wist, dat zij volkomen in staat was, ook dien brief voor te lezen, al zou zij zichzelf daardoor ook beschuldigen van den moord op Gaius en Lucius.

Maar zoals gij zult horen, was deze merkwaardige oude vrouw nog niet verslagen. Op een dag kreeg ik een briefje van haar. „Vrouwe Livia Augusta verwacht haar besten kleinzoon Tiberius Claudius bij haar, om ter gelegenheid van haar verjaardag met haar te dineren; zij hoopt dat het goed gaat met zijn gezondheid.” Ik begreep er niets van. Ik haar beste kleinzoon! Vriendelijke informatie naar mijn gezondheid! Ik wist niet of ik er om lachen moest, of dat ik bang moest zijn. Nog nooit in mijn leven was mij toegestaan, haar op haar verjaardag te bezoeken. Ik had nooit met haar gesproken, behalve bij het feest ter ere van Augustus, tien jaar geleden. Wat kon haar bedoeling zijn? Dat zou ik over drie dagen weten, en intussen moest ik voor haar een prachtig geschenk kopen. Tenslotte besloot ik haar iets te geven, dat zij zeker zou waarderen — een fraai gevormde bronzen wijnkan met handvaten in den vorm van slangenkoppen en een ingewikkelde versiering van ingelegd goud en zilver. Het was naar mijn mening een heel wat fraaier stuk handwerk dan dat Corin-

22