is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders des te heftiger. Caligula werd bang. Hij verliet haastig het theater, nadat hij mij gevraagd had het voorzitterschap van hem over te nemen. Ik was hier helemaal niet verrukt over. Ik stond op om te spreken en tot mijn grote opluchting was het publiek zo beleefd, naar mij te luisteren. Er werd zelfs „Feliciter” geroepen, wat betekent „Geluk voor u !” Mijn stem draagt niet ver. Caligula kon heel luid spreken : hij kon zich verstaanbaar maken van het ene eind van het Marsveld tot het andere. Iemand moest mijn woorden na mij herhalen. Mnester bood zich aan en liet ze veel beter klinken dan zij waren.

Ik liet weten, dat de keizer helaas was weggeroepen voor belangrijke staatszaken. Daar moest iedereen om lachen; Mnester maakte enige schone welsprekende gebaren om de belangrijkheid en de urgentie van deze staatszaken aan te duiden. Toen zei ik, dat de plichten van den voorzitter waren overgedragen aan den ongelukkigen en onwaardigen Claudius. De hopeloze manier, waarop Mnester zijn schouders ophaalde en het gebaartje met zijn wijsvinger naar zijn slapen drukten dit uitstekend uit. Toen zei ik: „Laten we doorgaan met de spelen, mijn vrienden.” Maar plotseling klonk weer de kreet: „Weg met de aanbrengers!” Ik vroeg, en Mnester herhaalde de vraag triomfantelijk: „En als de keizer er in toestemt, hen te laten schieten, wat dan? Zal iemand hen dan aanbrengen?” Hierop kwam geen ander antwoord, dan een verward gegons. Ik stelde hun nog een vraag. Ik vroeg hun, wie de ergste misdadiger was, de aanbrenger ? de aanbrenger van den aanbrenger ? of de aanbrenger van den aanbrenger van een aanbrenger? Ik zei, dat, hoe meer aanstoot men nam, hoe afschuwelijker de zaak werd en hoe meer mensen er door naar beneden werden gehaald. Het beste was, dat men niets deed om de aanbrengers aanleiding tot optreden te geven. Als iedereen, zo zei ik, een absoluut deugdzaam leven leidde, zou dat vervloekte gebroedsel uitsterven bij gebrek aan voedsel, evenals de muizen in de keuken van een gierigaard. Ge kunt niet geloven, wat een storm van gelach deze kwinkslag verwekte! Hoe eenvoudiger en flauwer een grap is, des te meer plezier heeft een groot publiek er om. (Het geweldigste applaus, dat ik ooit voor een grap kreeg, was toen ik eens toevallig bij afwezigheid van Caligula voorzitter was. De mensen riepen verstoord om een zwaardvechter, genaamd Duif, die wel aangekondigd