is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier embarkeerde hij, besteeg een met zijde behangen plankier en sprak de menigte toe, die de brug over liep. Wakers hielden de mensen in beweging zodat niemand meer hoorde dan een paar zinnen, behalve zijn vrienden rondom het plankier — waar ik ook bij was — en de soldaten van de naastbijgelegen oorlogsschepen, die niet van boord hadden mogen gaan. Onder andere noemde hij Neptunus een lafaard, omdat hij zich zonder strijd had laten kluisteren, en hij beloofde, dat hij den ouden god binnenkort nog een beter lesje zou geven (het zoenoffer dat hij gebracht had, scheen hij vergeten te zijn). En wat keizer Xerxes betreft, die eens de Hellespont overbrugd had bij zijn ongelukkigen veldtocht tegen Griekenland, Caligula bespotte hem, zoals hij alles bespotte. Hij zei, dat de beroemde brug van Xerxes slechts half zo lang was geweest als deze en lang niet zo stevig. Toen kondigde hij aan, dat hij van plan was iederen soldaat twee goudstukken te geven om op zijn gezondheid te drinken en ieder man uit het publiek vijf zilverlingen.

Het gejuich duurde een half uur lang; dit scheen hem voldoening te geven. Hij maakte er een einde aan en liet het geld ter plaatse uitbetalen. De gehele optocht moest opnieuw langs hem trekken, de ene geldzak na de andere werd neergezet en leeggemaakt. Na een paar uur bleek er niet genoeg geld meer te zijn en Caligula zei tot de teleurgestelde laatkomers, dat zij zich maar moesten wreken op de gretige eersten. Dat had natuurlijk een wild gevecht tengevolge.

Er volgde een van de merkwaardigste nachten van drinken, zingen, baldadigheid, geweld en pretmaken, die ooit beleefd waren. Als Caligula dronken was, werd hij altijd een beetje kwaadaardig. Aan het hoofd van de padvinders en de Germaanse lijfwacht voerde hij charges uit op het eilandje en langs de rij winkels, waarbij mensen in zee gedrongen werden. Het water was zo rustig, dat alleen de stomdronken, gebrekkige en oude lieden en de kleine kinderen er niet in slaagden zich te redden. Er verdronken er niet meer dan twee- of driehonderd.

Toen het zowat middernacht was, deed hij een vlootaanval op een van de kleinere eilandjes. Hij vernielde de bruggen, die het met den weg verbonden en ramde daarna het ene schip na het andere tot de bewoners, die hij afgesneden had, tezamen dromden in een heel kleine ruimte in het midden. De slotaanval was voorbehouden