is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

losbandigheden de prijzen te vragen, die zij kregen.

Ik had geen reden om medelijden met mijn nichten te hebben. Zij waren op haar manier even slecht als Caligula en behandelden mij zeer boosaardig. Toen drie jaar geleden de baby van Agrippinilla was geboren, had zij Caligula gevraagd een naam voor te stellen. Caligula zei: „Noem hem Claudius, dan zal het zeker een knap kind worden.” Agrippinilla was zo woedend, dat zij Caligula bijna een klap gaf; maar inplaats daarvan draaide zij zich vlug om, spuwde naar mij — en barstte toen in tranen uit. De baby werd Lucius Domitius *) genoemd. Lesbia was veel te trots om enige aandacht aan mij te besteden of op enigerlei wijze van mijn aanwezigheid notitie te nemen. Als ik haar toevallig in een nauwen doorgang ontmoette, liep zij, zonder haar vaart te verminderen, recht door, zodat ik mij tegen den muur moest platdrukken. Het was moeilijk voor mij te bedenken, dat zij de kinderen van mijn besten broeder waren en dat ik Agrippina beloofd had, al mijn best te doen om haar te beschermen.

Ik zag mij de moeilijke taak toegewezen naar Frankrijk te gaan aan het hoofd van een deputatie van vier exconsuls, om Caligula geluk te wensen met de onderdrukking van de samenzwering. Het was mijn eerste bezoek aan Frankrijk sinds mijn kinderjaren en ik had het liever niet gemaakt. Ik moest voor de reiskosten geld opnemen bij Calpurnia, want mijn buitengoed en mijn huis hadden nog geen kopers gevonden en ik kon er verder moeilijk op rekenen, dat Caligula het prettig zou vinden om mij te zien. Ik ging over zee van Ostia uit en landde in Marseille. Het schijnt, dat Caligula na de verbanning van mijn nichten haar juwelen, sieraden en kleren, die zij meegenomen hadden, bij opbod verkocht. Die brachten zulke hoge prijzen op, dat hij ook haar slaven verkocht en vervolgens haar vrijgelatenen, onder voorwendsel, dat die ook slaven waren. Er werd geboden door rijke provincie-bewoners, die wilden kunnen zeggen: „Ja, dat en dat behoorde aan de zuster van den keizer. Ik heb het van hem persoonlijk gekocht!” Dat bracht Caligula op een nieuw idee. Het oude paleis, waar Livia gewoond had, was nu gesloten. Het was vol kostbare meubelen, schilderingen en reliquieën van Augustus.

*) De latere keizer Nero.