is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand geloofde dit dwaze verhaal, behalve Caligula. Hij werd wit van schrik, sprong het podium af, greep een paard, liet zich in het zadel vallen en verdween als een bliksemschicht uit het kamp. Een stalknecht galoppeerde achter hem aan en Caligula riep hem toe: „Gode zij dank heb ik Egypte nog. Daar zal ik tenminste veilig zijn. De Germanen zijn geen zeelui !”

Wat moest iedereen lachen! Maar een hoofdofficier ging hem op een goed paard achterna en het duurde niet lang of hij had hem ingehaald. Hij verzekerde Caligula, dat het bericht overdreven was geweest. Slechts een kleine legermacht, zei hij, was de rivier overgestoken, maar die was teruggeslagen: de Romeinse oever was nu geheel vrij van vijanden. Caligula stopte bij de volgende stad en schreef een bericht aan den senaat, dat al zijn oorlogen nu met succes bekroond waren en dat hij nu met zijn met lauweren bedekte troepen terugkwam. Hij gispte streng de thuisblijvers, omdat zij naar uit alle rapporten bleek, in de stad het gewone leven hadden voortgezet — toneelvoorstellingen, baden, soupers — terwijl hij de zwaarste ontberingen van een veldtocht had ondergaan. Hij had niét beter gegeten, gedronken of geslapen, dan de eerste de beste soldaat.

De senaat wist niet hoe hij hem zou bevredigen, want op streng bevel van Caligula mochten hem op initiatief van den senaat geen eerbewijzen toegekend worden. Er werd hem echter een deputatie gestuurd om hem geluk te wensen met zijn schitterende overwinningen en hem te \ ragen spoedig naar Rome terug te komen, waar zijn aanwezigheid zo zeer gemist werd. Hij was verschrikkelijk nijdig, dat er, niettegenstaande zijn bevelen, niet besloten was een triomftocht voor hem te houden, en dat hij in de boodschap niet genoemd werd als Jupiter, maar slechts als keizer Gaius Caesar. Hij sloeg met zijn hand op het gevest van zijn zwaard en riep: „Spoedig terugkomen? Dat zal ik, en met dit in mijn hand.”

Hij had voorbereidselen voor een drievoudigen triomftocht gemaakt wegens zijn overwinningen over Germanië, over Brittannië en over Neptunus. Als Britse gevangenen had hij den zoon van Cunobelinus en zijn volgelingen, waarbij gevoegd waren de bemanningen van een paar Britse handelsschepen, die hij in Boulogne gevangen genomen had. Als Germaanse gevangenen had hij er drie honderd, die het werkelijk waren en verder al de grootste