is toegevoegd aan uw favorieten.

Ik, Claudius

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

„U wordt onmiddellijk op het paleis verwacht.”

Ik zei: „Ben jij het Cassius Chaerea? Weet je ook of ik gedood zal worden?”

„Ik heb bevel u onmiddellijk bij hem te brengen.”

Calpurnia huilde en Briseis huilde en beiden omhelsden mij teder en namen afscheid van mij. Terwijl zij mij bij het aankleden hielpen, zeide ik haar inderhaast wat zij moesten doen met de weinige eigendommen die overgebleven waren, wat er met de kleine Antonia moest gebeuren, ik gaf mijn wensen te kennen omtrent mijn begrafenis enzovoort. Het was voor ons allen een zeer roerend toneel, maar ik durfde het niet te rekken. Spoedig strompelde ik naast Cassius naar het paleis. Hij zei stuurs: „Er zijn nog twee ex-consuls ontboden om met u te verschijnen.” Hij noemde mij hun namen en ik werd er nog erger door verontrust. Het waren rijke mannen, juist van het slag, dat Caligula placht te beschuldigen van een samenzwering tegen hem. Maar waarom ik ? Ik kwam het eerst aan. Onmiddellijk daarop kwamen de twee anderen binnen, ademloos van de haast en van vrees. Wij werden in de Rechtzaal gelaten en moesten zitten op stoelen op een soort stellage, vanwaar men keek op het podium. Een wacht van Germaanse soldaten stond achter ons; zij mompelden onderling in hun eigen taal. Het vertrek was geheel in het duister gehuld, maar er brandden twee kleine olielampjes op het podium. Wij bemerkten, dat de vensters er achter afgesloten waren met zwarte gordijnen waarop zilveren sterren geborduurd warenMijn metgezellen en ik grepen zwijgend eikaars handen ten afscheid. Zij waren mannen, die mij vroeger of later dikwijls beledigd hadden, maar zulke beuzelarijen vergeet men in de schaduw van den dood. Zo zaten we te wachten op de dingen die komen zouden tot vlak voor het aanbreken van den dag.

Plotseling hoorden wij het gekletter van cymbalen en de vrolijke muziek van hobo’s en vedels. Door een deur naast het podium kwam een rij slaven binnen, ieder droeg" twee lampen, die op tafels terzij werden gezet; en toen begon de machtige stem van een eunuch het bekende lied te zingen Als de lange nachtwaken. De slaven verdwenen. Wij hoorden een schuifelend geluid en daar danste een zware, onbehouwen figuur naar binnen, in een scharlaken zijden vrouwenkleed met een krans van imitatie-rozen op het hoofd. Het was Caligula.