is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BOUW VAN HET VROUWELIJKE GESLACHTSORGAAN

eindigt het in het scheedegewelf, waarin de moedermond of portio uit steekt. Hier worden de zaadcellen van den man gedeponeerd. De scheedewanden liggen gewoonlijk van voren naar achteren tegen elkaar aan. Zij zijn van binnen voorzien van dwarsplooien (columnae rugarum), waarvan die van den voorwand sterker ontwikkeld zijn. Ook zijn zij bij jonge meisjes krachtiger ontwikkeld dan bij vrouwen, die één of meer kinderen hebben. De wrijving gedurende de geslachtsverrichting wordt door deze dwarsplooien vergroot en het geslachtsgenot verhoogd. In verloop van jaren worden zij gladder. Bij oudere vrouwen worden zij atrophisch en zijn dan haast niet meer te herkennen.

Bij den ingang van de scheede bevindt zich bij maagden (virgines) een vlies (hymen) (fig. 4a). Het is voorzien van één of meer openingen, waardoor de afscheidingsproducten van de scheede en de baarmoeder en, na het begin van de menstruatie, ook bloed uit de genitaliën, verwijderd kunnen worden. Na verscheuring van het hymen door de eerste copulatie, zijn de resten (carunculae hymenales) nog jarenlang als zoodanig te herkennen. Aan de uitwendige schaamdeelen (vulva) onderscheidt men de groote schaamlippen, waarin zich de beide Bartholinische klieren bevinden, de kleine schaamlippen en boven de kittelaar (clitoris). Behalve de Bartholinische klieren zorgen nog andere b.v. de Cowpersche klieren ervoor, dat de scheedeingang glad is. In den kittelaar en aan de beide zijden van den scheedeingang bevinden zich de zwellichamen van de vrouw, een complex van bloedvaten, vooral aderen (venen), die in den toestand van geslachtelijke opwinding zwellen en zoo het mannelijk lid beter omsluiten. Het vrije einde van den kittelaar wordt eikel (glans) genoemd. Rechts en links daarvan bevinden zich de banden van den kittelaar (frenula clitoris). De bekkenbodem wordt door verschillende sfier en afgesloten, die de vrouwelijke geslachtsorganen helpen ondersteunen. Indien zij scheuren, hetgeen tijdens een geboorte mogelijk is, dan kunnen daardoor na eenigen tijd baarmoeder en aanhangselen uitzakken (prolaps). Een dergelijke afwijking kan slechts verhinderd worden door, indien er een scheuring ontstaat, de spieren dadelijk zorgvuldig te naaien. Om den ingang van de scheede bevindt zich een ring van spieren, die vaak een zekeren weerstand bieden tegen het indringende lid. Is deze weerstand overwonnen, dan zorgen zij samen met de zwellichamen voor een goede omsluiting. Bij jonge nerveuze vrouwen komt het bij uitzondering voor, dat deze spieren in een kramptoestand geraken (vaginisme), waardoor het terugtrekken van het mannelijk lid verhinderd wordt. De spierkramp kan bij uitzondering een zoo hoogen graad bereiken, dat ze slechts verholpen kan worden door de vrouw te narcotiseeren, of zelfs door een verwijdende operatie. Tijdens of na het orgasme — dat is het oogenblik van het hoogste geslachtsgenot — contraheert zich het geheele spierapparaat om en bij de genitaliën. De grootste beteekenis hebben deze spieren bij de geboorte van het kind, vooral bij de geboorte van het