is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ENDOCRINE STELSEL

Hoogde kalkafscheiding in de urine. Er vindt een ontkalking en een bindweefselwoekering van het skelet plaats. Daardoor ontstaan er sterke misvormingen, vooral van armen en beenen. In het bloed vinden wij een verhoogd kalkgehalte van 12—24 mg procenten. Vaak komen bij deze ziekte ook niersteenen voor. Men heeft daarom de steenziekte toegeschreven aan een verhoogde productie van de bij schildklier. — Ook door een hyperfunctie van de hersenklier, kunnen skeletveranderingen ontstaan. Andere — zooals b.v. osteomalacie — worden in verband gebracht met slecht werkende hersen- en geslachtsklieren. Bij deze ziekte worden de beenderen zoo week, dat men ze zelfs met de handen kan buigen. Men heeft nu opgemerkt, dat er een verbetering optreedt, indien men de geslachtsklieren verwijdert. De beendercellen staan onder denzelfden hormonalen invloed, als de overige lichaamscellen. Krijgen zij niet alle hormonen in de juiste samenstelling, dan geraken zij in dysfunctie. Een krachtige bouw en een gezonde groei van het skelet zijn daarom afhankelijk van een endocrine stelsel dat in evenwicht is.

3. De thymusklier.

Dit orgaan zit achter het borstbeen en is bij het kind grooter, dan bij een volwassen mensch. Grootte en beteekenis nemen in den loop van de jaren af. Het schijnt een belangrijke rol te spelen bij den groei van het kind. De eigenschappen van het thymushormoon zijn nog niet voldoende bekend. Wel heeft men opgemerkt, dat door een te veel of te weinig van dit hormoon allerlei stoornissen kunnen ontstaan.

4. De geslachtsklieren (zie hoofdstuk 3, 5, 6 en 7).

5- De alvleeschklier {pancreas),

kent iedereen door de groote rol, die zij speelt bij suikerziekte. Zij heeft een dubbele functie. Zij vormt stoffen, die voor de spijsvertering noodig zijn en die door een uitvoergang naar den darm worden getransporteerd. Bovendien heeft deze klier, d.w.z. bepaalde deelen ervan, de z.g. Langerhannsche eilanden een inwendige secretie, zij scheiden het specifieke hormoon van de pancreas, het insuline, af. Dit hormoon werd voor het eerst door Banting en Best geisoleerd, waarvoor deze Canadeesche onderzoekers den Nobelprijs kregen. Bij een bepaalde hypofunctioneele aandoening van de pancreas, wordt er te weinig insuline afgescheiden. Dit hormoon regelt het glucosegehalte van het bloed. Worden er te geringe hoeveelheden van gevormd, dan stijgt het suikergehalte van het bloed. Indien dit een bepaalde grens overschrijdt, dan kunnen wij ook in de urine druivensuiker of glucose aantoonen. Bij de suikerziekte (diabetes mellitus) vinden wij een permanenten toestand van een verhoogd suikergehalte van het bloed en dientengevolge ook van de urine. Wordt er te veel insuline gevormd, dan stijgt het insulinegehalte van het bloed en de suikerspiegel daalt. Deze toestand wordt hypoglycaemie genoemd. Physiologisch vinden wij een matige hypoglycaemie bij honger en het hongergevoel schijnt daarvan afhankelijk te zijn.