is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN HET CYCLOGRAM

de ontwikkeling van het eerste gele lichaam door de folliculinevorming van den tweeden rijpenden Graafschen follikel geremd. Dat is logisch en in overeenstemming met de wetten der natuur, want, wanneer een tweede ei rijpt, heeft de ontwikkeling van een geel lichaam geen zin. Ze heeft alleen nut, als er een zwangerschap intreedt, of als het slijmvlies getransformeerd moet worden, d.w.z. op de komende menstruatie wordt voorbereid. Het één, noch het ander geschiedt, wanneer het eerste ei vrijgekomen en niet bevrucht is. Het gele lichaam, na het vrijkomen van het laatste ei gevormd, wordt niet door een nieuwen rijpenden follikel onderdrukt, en het hypophysaire, gonadotrope hormoon kan, zoowel dit als het eerste geremde gele lichaam tot bloei brengen resp. tot luteohormoonvorming aanzetten. Worden deze beide gele lichamen niet tegelijkertijd regressief, dan ontstaat een cyclus van 30/31 dagen, komt het eerste gele lichaam heelemaal niet tot ontwikkeling, of worden ze beide gelijktijdig regressief, dan hebben wij een cyclus van 26/28 dagen. Dat het cyclogram bij een vrouw met een cyclus van 30/31 dagen daalt en weer stijgt, zonder dat er een bloeding verschijnt, is slechts zoo te verklaren, dat het baarmoederslijmvlies van een der beide gele lichamen nog voldoende luteohormoon krijgt, zoodat het niet afsterft. Ze gaat pas te gronde, als ook dit gele lichaam regressief wordt.

Men ziet op het cyclogram, waarop de curven van twee vrouwen met een cyclus van 30/31 dagen is voorgesteld, dat het laagste punt van den menstruatieval op den i6en dag na den eersten ovulatieval voorkomt en de menstruatie 14 dagen na den tweeden ovulatieval begint. Tot nog toe nam men aan, dat een corpus luteum een levensduur van 14—16 dagen of volgens Ogino van 13—17 dagen had. Volgens mijn cyclogramstudies heeft het eerste corpus luteum een maximale levensduur van 19 dagen gerekend vanaf het vrijkomen van het eerste ei, waarbij een latente periode van gewoonlijk 4—6 dagen moet gerekend worden. Het tweede, resp. laatste corpus luteum heeft een minimalen levensduur van 9 dagen, zoodat de levensduur van een corpus luteum 9—19 dagen na het barsten van een Graaf’schen follikel, waaruit het ontstond, kan bedragen.

De waarnemingen, dat bij een cyclus van 30/31 dagen de laagste stand zich op den i3en—iyen dag na de eerste ovulatie vertoont, terwijl de menstruatie en de tweede lage stand binnen 13—17 dagen na de tweede ovulatie intreden, geven het recht tot de conclusie, dat de gele lichamen van de eerste en tweede ovulatie na elkaar regressief worden, terwijl bij vrouwen met een cyclus van 26/28 dagen aan het eind van den cyclus, als de menstruatie begint, beide gele lichamen geen luteohormoon meer produceeren. Daarbij bestaat de mogelijkheid, dat het eerste corpus luteum heelemaal niet tot ontwikkeling kwam, of tot ontwikkeling gekomen is, en met het tweede corpus luteum samen te gronde ging. Bij uitzondering ziet men bij vrouwen met een cyclus van 28 dagen een verloop van den cyclus als bij vrouwen met een cyclus van 30/31