is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE VAAK OVULEERT EEN VROUW

Knaus bepaalde den termijn der ovulatie met de volgende methode: Een gummi ballon werd in de baarmoeder gebracht en daarna met een vloeistof gevuld. De volumen verandering van den ballon werd met een registreerapparaat opgeteekend. Daarmee werden de baarmoedercontracties vóór en na een pituitrine injectie gecontroleerd. Dit reeds komt niet overeen met de natuurlijke verhoudingen. De baarmoeder tracht nl. ieder vreemd lichaam uit te stooten. De prikkel die het. uitoefent, kan niet als physiologisch of normaal beschouwd worden. De meening van Knaus, dat het met deze methode gelukte, „de menschelijke baarmoeder haar eigen spontane beweging te laten opteekenen”, is daarom niet geheel juist. Indien wij dit buiten beschouwing laten, is Knaus van een goede veronderstelling uitgegaan. Ontwikkelt zich een actief geel lichaam, dan reageert de baarmoeder niet meer op injecties met matige doses pituitrine. De luteohormoonvorming remt de pituitrinewerking. Zoo kan ook gedurende de zwangerschap, waarin door het zwangerschaps gele lichaam groote hoeveelheden luteohormoon worden afgescheiden, de vrucht zich rustig ontwikkelen. Bij de menstruatie daarentegen beginnen de baarmoedercontracties, daar de geslachtshormonen verminderen en de pituitrine-vorming toeneemt. Knaus registreerde dus de bewegingen van den in de baarmoeder gebrachten gummiballon na pituitrine injecties. Contraheerde zich de baarmoeder, dan trok hij de conclusie, dat zich nog geen geel lichaam ontwikkeld had. Vertoonde zijn registreer-apparaat na een matige pituitrine injectie geringe of geen contracties, dan nam hij aan, dat zich een geel lichaam gevormd had, door wiens luteohormoonproductie de pituitrine werking werd opgeheven.

Een blik op fig. 3 toont ons, waarom de ballon wel het tweede doch niet het eerste corpus luteum registreerde. Omdat het eerste gele lichaam en de luteohormoonproductie door de toenemende folliculinevorming van het tweede rijpende ei werd onderdrukt. Er wordt dus na de eerste ovulatie niet voldoende luteohormoon gevormd om de pituitrine contracties der baarmoeder te verhinderen.

Knaus vond, dat op den ióen—i8en dag de contracties van de baarmoeder afnamen en trok daaruit de conclusie, dat het gele lichaam zich gedurende deze dagen reeds zoo ver had ontwikkeld, dat de invloed van zijn hormonen zich op de baarmoeder deed gelden. Inderdaad kan reeds binnen 30 uren na het vrijkomen van het ei het corpus luteum menstruale geheel ontwikkeld zijn. Vormt zich verder geen ei, dan begint direct na het barsten van den tweeden follikel de luteohormoonvorming. De waarnemingen van Knaus, dat de ballon op den i6en—i8en dag geen pituitrine werking registreerde, komt met den tijd der tweede ovulatie en de ontwikkeling van het tweede gele lichaam overeen. Deze waarneming kan juist zijn geweest.

De nu op deze waarneming gebaseerde conclusie, dat het gele lichaam steeds een autonome ontwikkelingsperiode van 14 dagen