is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE VAAK OVULEERT EEN VROUW

mende ei al bevrucht kan worden door een copulatie, die 2—3 dagen tevoren heeft plaats gehad, moeten wij vanaf den óen cyclusdag met de mogeüjkheid van een conceptie rekening houden.

Blijkt het later, dat de eerste ovulatie b.v. eerst op den I2en dag zich vertoont, dan is de conceptiephase van den cyclus 4 dagen korter, dan van tevoren werd vermoed. Daarmee in overeenstemming is in een dergelijk geval de eerste periode der onvruchtbaarheid langer.

Daar het eerste ei gewoonlijk op den gen, ioen, nen of I2en dag vrijkomt, en het tweede op den ióen, iyen of i8en dag, kan men zeggen, dat een vrouw over het algemeen van den óen tot den 20sten dag te bevruchten en van den 20sten tot den óen dag van den nieuwen cyclus onvruchtbaar is. Er zijn hierop maar weinig uitzonderingen.

Van alle vrouwen, wier curve ik opnam, vielen de ovulaties binnen de genoemde grenzen van den gen tot i8en dag. Slechts een vrouw ovuleerde op den 8sten dag en bij 2 jonge meisjes vond ik een ovulatieval op den 7en en op den 8sten dag. Bij één vrouw vond ik een ovulatie op den igen dag en bij 2 jonge meisjes zelfs op den 20sten en op den 22sten dag van den cyclus. Weet men uit een opname, van de voorgaande maand, dat men 2 resp. 3 maal ovuleert, dan kan men met zekerheid zeggen, dat het laatste ei gedurende den cyclus is vrijgekomen> wanneer men met het cycloscoop den 2en resp. 3en ovulatieval heeft waargenomen. Dan begint de 2e resp. absolute phase van onvruchtbaarheid (fig. 45s*—r). Deze tijd is scherp begrensd.

Evenzoo nauwkeurig kan de phase der vruchtbaarheid worden bepaald. Neemt men in den tijd, waarin men een ovulatie verwacht, meerdere keeren per dag de reductiegetallen op, dan is het mogelijk, bijna op het uur nauwkeurig te zeggen, wanneer een ei vrijkomt. Vertoont zich nl. tusschen den gen—I2en cyclusdag een reductiegetal van 140 en vindt men 6 uur later een getal van 150, dan kan men er zeker van zijn, dat een Graafsche follikel gebarsten is. Daar de beste conceptietijd is direct na het vrijkomen van het ei, verdient het aanbeveling op den gen, ioen, nen en i2en en op den i6en, iyen en i8en cyclusdag tweeof driemaal per dag het cyclogram op te nemen.

Het is van buitengewoon groot belang, dat de bevruchting geschiedt met een spermatozoide en een eicel van groote vitaliteit. Waarschijnlijk is menige abortus daaraan te wijten, dat een bevruchting tot stand kwam met kiemcellen, waarvan de levenskracht al sterk verminderd was. Ook is het aan te nemen, dat kinderen, die met zulke kiemcellen verwekt worden, later physische en psychische gebreken kunnen hebben.

Men kan vrijwel zeggen, dat een copulatie tusschen 2 gezonde menschen, nadat cycloscopisch de ovulatiediagnose is gesteld, altijd tot een bevruchting leidt. Heeft men eenige routine in het bepalen van het reductiegetal, dan kan men vaak zelfs reeds tevoren zien, dat een Graafsche follikel op het punt staat te barsten. Wil het toeval, dat men juist korten tijd van tevoren onderzoekt, dan ziet men, dat