is toegevoegd aan uw favorieten.

De cyclus van de vrouw in verband met het huwelijksleven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN DE THEORIE VAN KNAUS EN OGINO

de curve een paar seconden hooger staat dan voorheen. Aan deze kleine verhooging van de curve op één der genoemde ovulatiedagen, waarop de ovulatie het meest voorkomt, kan de geoefende onderzoeker Voorspellen, dat een Graafsche follikel op het punt staat te barsten. Neemt men enkele uren later het reductiegetal weer op en staat dit lager dan voorheen, dan is het zeker, dat een Graafsche follikel gebarsten is. De beste tijd' voor de bevruchtende copulatie is dan aangebroken en men kan verzekerd zijn, dat het gewenschte kind met een vitale eicel wordt verwekt. In de volgendè uren daalt de curve verder; zoo meestal ook den volgenden dag. Bij jonge meisjes valt, zooals beschreven werd, de curve vaak in één dag en stijgt ook weer in één dag, (fig. 25 en 32) C

Na een ovulatie stelt het cyclogram ons in staat om spoedig zekerheid te krijgen, of op de copulatie een bevruchting is gevolgd. Reeds binnen 3 X 24 uur ziet men in de cycluscurve veranderingen, die op een bevruchting wijzen. Binnen 4 dagen kunnen wij al, door den scherpen val (zie fig; 26 en 29) met zekerheid zeggen, dat er zwangerschap bestaat.

Interessant is het, dat de met het cyqloscoop vastgestelde ovulaties soms door de vrouwen worden bevestigd, op grond van bepaalde symptomen en waarnemingen. De meest voorkomende zijn: slijmafscheiding uit de genitaliën, een gespannen gevoel in de borsten, erectiele tepels, verhoogde urinedrang, mede een symptoom van een verhoogden bloedstoevoer naar het bekken enz. Er zijn op dit gebied specialisten, die aangeven, dat de vrouw gedurende dezen tijd een grootere toeneiging tot den man bespeurt en dus makkelijker toegankelijk is voor liefde. Ofschoon de subjectieve waarnemingen niet van belang zijn ontbloot, valt te constateeren, dat ze vaak bedriegelijk zijn en men zich geenszins daarop kan verlaten. Ik nam een tijdje de cycluscurve op van een groot aantal vrouwen, die ik verzocht had om mij mede te deelen, indien zij door zulke subjectieve symptomen meenden, dat er een ei was vrijgekomen. Bij grove schatting zou ik den indruk, dien ik bij deze mededeelingen kreeg, willen samenvatten: de helft van het aantal vrouwen merkt heelemaal niet, dat ze ovuleeren. Van de andere helft, die meende het één of andere symptoom te hebben bespeurd, waren slechts ongeveer 25 %, waarvan de subjectieve gewaarwordingen overeenkwamen met den ovulatieval. Ik heb dus den indruk gekregen, dat slechts bij 10—12% der vrouwen, de gegevens in overeenstemming waren met den cycloscopisch waargenomen ovulatieval. Dit wil volstrekt niet zeggen, dat, indien zij het één keer juist geraden hebben, dit een volgenden keer weder uitkomt. Men kan zich dus op deze subjectieve symptomen niet verlaten.

Samenvattend kunnen wij zeggen:

1. De grootste mogelijkheid van bevruchting bestaat gedurende den ovulatieval. Ze is op den eersten (fig. 456—c) grooter dan op den tweeden dag (c—d).

2. Twee tot drie dagen voor het vrijkomen van het ei kan door een in

Cyclus. II *