is toegevoegd aan uw favorieten.

Metselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stenen wel van uiteenlopende maat kunnen zijn en zou men door één steen te meten de verdeling licht te nauw of te wijd nemen. De koppen en strekken worden naar de koppenlat op de muur af geschreven, hetzij met een stukje lei (schoollei) of griffel. Koolstift of potlood is verboden, daar dit zeer slecht te verwijderen is.

Onder metselen wordt verstaan het in de specie wrijven van metselstenen, welke stenen in zijn geheel, of in gedeelten daarvan, worden verwerkt. Deze werkzaamheden geschieden door den metselaar, welke daartoe met de linkerzijde naar de muur gekeerd, de stenen met zijn linkerhand in de specie wrijft en met zijn rechterhand de troffel hanteert. De toppen van de vingers van de linkerhand en de gehele duim worden beschermd tegen afslijten door een koetje, fig. 20, en een duimpje, fig. 21. Deze worden vervaardigd van een stukje stevig vetleer, gesneden uit een oude waterlaars of arbeiderswerkschoen of van rubber ener oude auto-binnenband. De maat van het koetje evenals die van het duimpje is natuurlijk afhankelijk van de grootte der hand. Voor een volwassen hand zijn de maten in de afbeeldingen aangegeven.

Er dient echter opgelet beide niet te lang te maken, daar zij dan met de specie in aanraking komen tijdens het metselen en oorzaak kunnen worden van doorgewerkte vingertoppen.

Bij zwaar werk, kademuren en dergelijke, blijkt het wel eens nodig, dat ook de muis van de hand beschermd moet worden, eveneens met een stukje leer of rubber, wat meestal naar eigen inzicht gemaakt wordt.

Het metselen geschiedt van de linker- naar de rechterkant wat betreft de voorlaag; de achterlaag wordt dan op de terugweg doorgemetseld, waarbij men één keer lopen uitspaart. Door nauwkeurig te letten op onnodige beweging, kan een grote besparing aan arbeidskracht verkregen worden.

De beweging in alle vormen te beschrijven is ondoenlijk, zodat met een enkele aanduiding moet worden volstaan.

In de eerste plaats dienen de stenen en de specie onder het directe handbereik te staan, pl.m. 0.50 m van de muur verwijderd. Het neersmijten van stenen door de opperlieden is niet alleen onordelijk en gevaarlijk en slecht voor de stenen, doch veroorzaakt tevens een systeemloos grijpen naar de stenen, waarbij veel dieper gebukt moet worden dan nodig is. Daarbij komt nog, dat ze opgestapeld beter tegen uitdrogen, of overmatig nat worden, zijn beschermd.

De stenen, welke tot betere aanhechting der specie zijn begoten met helder leidingwater, moeten oppervlakkig droog zijn, maar inwendig nat, z.g. winddroog. De natte stenen zijn oorzaak dat de specie uit de voegen druipt en de stenen gaan drijven, waardoor het gevelvlak onogelijk wordt.

De specie behoort lenig, niet te schraal door overmaat van zand, doch ook niet door te grote toevoeging van kalk, te vet te zijn.

Bij de samenstelling van speciesoorten worden deze factoren