is toegevoegd aan uw favorieten.

Metselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdeling niet altijd hetzelfde kan zijn door natte of droge steen veroorzaakt.

In ieder geval, welke verankering ook zal moeten worden toegepast, het mag nimmer vergeten worden — en dit gebeurt nog wel eens een enkel keertje — want het zou heus de eerste keer niet wezen, dat door sterke trekking, in een perceel waar men het met de verankering niet zo nauw had genomen de separatie er van de vloer tot het plafond uitwaaide.

Ten einde de betimmering van de kozijnen, tot afdekking der krimpnaden, mogelijk te maken, worden aan de kozijnen op meerdere plaatsen klossen aangebracht, welke dan door metselwerk worden omgeven.

Dezelfde klossen worden tevens op de vloer gespijkerd — natuurlijk op de plaats waar de muur zal worden opgetrokken — op pl.m. 70 cm afstand uit elkaar, teneinde er de plinten tegen te bevestigen. Figuur 89 geeft van een en ander een beeld.

Het lijkt mij tevens gewenst nog even nader in te gaan op het "metselen van dergelijke muren, mede in verband met de verschillende materialen, welke hierbij ter sprake komen.

In tegenstelling met de reeds besproken metselwerken wordt bij het metselen van klampmuren, niet van-de-hand maar tegende-hand gewerkt.

Van de hand metselen is, zoals men reeds weet, al metselende vooruitlopen, terwijl bij tegen de hand metselen steeds achteruit gelopen wordt.

In figuur 86 staat dan ook aangegeven de wijze, waarop dit geschiedt. Zoals men daarin zal waarnemen, is de specie op de muur gespreid, dat, met het oog op het morsen, met de nodige handigheid moet geschieden. Daarbij wordt zelden voor meer dan één steen tegelijk specie gespreid en elke steen (a), vóór deze geplaatst wordt, van te voren aangesmeerd met de voor één stootvoeg benodigde specie, daar deze steen niet volgetrokken of geschoven kan worden. Hierbij worden de stenen ook niet zo zeer in de specie gewreven, maar kan eerder gesproken worden van het z'etten der stenen; daarbij dient de metselaar nauwkeurig toe te zien, dat zich geen grindkorrels of puin (stukjes steen) in de reeds gespreide specie bevinden, daar zo’n voeg niet kan inklinken tijdens het hoger metselen en de steen op zo'n grindkorreitje staat te wankelen, wat dan tot gevolg kan hebben, ten minste wanneer de stenen wat vochtig zijn, dat zo’n klampmuur een buik gaat vertonen.

Er wordt bij het metselen van klampmuren door sommige metselaars graag zonder draad gemetseld, wat zeer af te keuren is. Er wordt dan geklungeld met een eindje tengel, hetwelk dan als rij dienst doet. Telkenmale moet dat rijtje worden opgepakt, tegen het werk worden aangehouden en, zo men eventueel uit de richting heeft gemetseld, het bultje worden bijgeklopt. Op zichzelf reeds zeer stuntelig en daarbij nog slecht, omdat de stenen het liefst