is toegevoegd aan uw favorieten.

Metselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het spreekt vanzelf, dat in een kelder licht en lucht moet kunnen binnentreden, welke door middel van een kelderraam kunnen worden binnen gevoerd,

ln een van de muren zal dus een kelderkozijn worden gemetseld en aangezien dit meestal moet geschieden op een hoogte, liggende beneden de begane grond, zal daar ter plaatse de muur uitgebouwd moeten worden, teneinde de grond te keren. Zo'n uitbouwsel wordt een koekoek genoemd, fig. 212.

Vanzelfsprekend wordt de koekoek niet groter gemaakt dan hoog nodig is, omdat deze nog al veel hinder geeft bij het langs de gevel lopen, vooral aan de openbare weg.

Het uitmetselen er van vereist vrij veel routine, want bij het steeds maar weer oversteken van de lagen is het niet uitgesloten, dat het hele geval instort. In de meeste gevallen is het dan ook nodig, dat een formeel wordt geplaatst, waarop de lagen steun kunnen vinden, maar alles hangt af van de diepte van de koekoek, die nooit groter wordt genomen dan de hoogte van het koekoekkozijn, of duidelijker : trekt men over de binnenkant van de koekoekrand een lijn onder een hoek van 45°, dan is het niet nodig het kozijn dieper te plaatsen, omdat er dan toch geen resultaat van te verwachten is.

Tegen inwateren moet de bodem wat lager liggen dan de onderkant van het kozijn. Deze bodem dient voorzien te zijn van een lozing om het water, dat in de koekoekruimte komt, af te voeren. Wanneer deze lozing kan worden aangesloten op het riool döet men zulks. Over het algemeen is de plaats daarvoor te laag — zo laag ligt een riolering meestal niet — zodat het pijpje loost in de grond. Het hele geval dient boven de hoogst bereikte waterstand geplaatst te zijn, anders zou men toch nog water binnen de kelderwand krijgen.

Wenselijk is het de koekoekwand met witte tegels of splijtsteentjes te bekleden of — aan de binnenzijde — op te trekken met wit-verglaasde of witte verblendsteen, om de lichtinval te bevorderen. Over het algemeen wordt de koekoekswand afgedekt met een stukje hardsteen of graniet of een gemetselde rollaag. Bij het leggen daarvan wordt rekening gehouden met eventuële bekleding van de wand, waarom de afdekking enige cm naar binnen wordt overgestoken.

Het gat — de ruimte dus — wordt overdekt met een rooster. Als er andere ventilatiemogelijkheden zijn, kan ook een luik van glazen stenen er op gelegd worden, gevat in een ijzeren raam. “ zijn in de handel glazen stenen, die zodanig geconstrueerd zijn, dat zij de lichtstralen een bepaalde richting geven.

Als het gehele gebouw voltooid is, laat de aannemer een pomp komen en wordt de kelder, welke dan nog geen vloer bezit niet anders dan het houten rooster — leeggepompt, gereinigd van puin e.d. Het metselwerk wordt ter hoogte van de plaats tot waar het water heeft gestaan stevig afgeboend, want op het water hebben stof en hout gedreven, waarvan zich overblijfselen aan