is toegevoegd aan uw favorieten.

Metselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gewone metseldraad, nodig voor de lagenmaat, aan vast te zetten, want er kan niet zo maar tussen de twee schuine draden in gewerkt worden. Om het ,,spannen tegen de schuin gestelde draden te voorkomen worden deze een centimeter, naar voren vast gemaakt, zodat ze vrij van de metseldraad zitten.

Veronderstellen wij nu te moeten maken een topgevel, welke moet worden afgedekt met een laag en een rollaag, beide 2 cm overstekend, dan worden de gehele laag en de rollaag te gelijk gemetseld; dus de topgevel eerst op hoogte gebracht, de schumtedraad 2 cm naar voren gehaald, ter dikte van één voeg omhoog gestoken (denkt er om niet een laag, maar een voeg), waarna de laag zuiver aan de draad wordt opgetrokken. Ook de rollaag krijgt de draad aan de onderkant, omdat de bovenkant niet zó in 't gezicht komt als de onderkant, voornamelijk als de rollaag wordt afgedekt met een pan of afdekband. Blijft de rollaag van boven schoon dan moet voor de rollaag de draad aan de bovenkant gezet worden. Is de rollaag één steen zwaar — wat ook wel voorkomt — dan steke men een draad aan de onder- en een aan de bovenkant, ook al wordt de bovenkant met de pannen afgedekt.

Het verschil wat aan de achterzijde van de muur ontstaat, door dat de lagen oversteken, behoeft niet te worden bijgewerkt als de gevel wordt afgedekt. Is het om de een of andere reden wel nodig de muur op dikte te houden, dan dienen de stenen zó ver te worden ingekort, dat aan de achterzijde een „klampsteen ter volle dikte kan worden aangemetseld, of nog beter, in de rollaag zo'n verband gemaakt, dat ook die klampsteen vervalt.

Bij schoonwerk aan de bovenkant, wordt op een éénsteensmuur een rollaag gemetseld, die vóór en achter voor een deel, wordt overgestoken. Het lood, dat dan nodig is om de kap tegen de muur waterdicht af te sluiten, wordt dan in de voeg van de rollaag, ot nog liever als er een laag en rollaag is, tussen de topgevellagen en de daar over heen gemetselde laag gemetseld; in elk geval zo hoog, dat het lood nog ± 10 cm boven de pannen uitsteekt.

In het geval dat er een boerenvlechting moet worden gemetseld, wordt evenwijdig aan de schuinte-richting een lat of vloerdeel (een rechte!) aangespijkerd ± 10 cm boven het metselwerk. Op deze lat wordt de verdeling voor de rollagen gezet (lagenmaat dus), welke verdeling voor de boerenvlechting onvermijde-

lljNuSis het afhankelijk van de schuinte-richting van de topgevel of de boerenvlechtinglagen kloppen met het aantal sprongen. Het staat wel erg mooi als de punten van de vlechting alle evenlang zijn. Dit is niet altijd het geval en dan moet met de laagverdeling worden rekening gehouden, door de lagenmaat van de vlechting, of van de gewone lagen dunner of dikker te werken.

Om de laagverdeling op de muur af te schrijven — want om delagen netjes te metselen moet voor de vlechting, de lagenmaat niet alleen op de aangespijkerde deel, doch ook op de muur aigeschreven worden—wordt gebruik gemaakt van de haak, aigebeeld