is toegevoegd aan uw favorieten.

Metselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zetten — met wat extra cement er in om spoedig aantrekken te bevorderen — en dan aan de binnenkant aan te gieten met slappe specie. Tegen wegvloeien van de slap aangeroerde specie kan eerst een laag worden opgemetseld met vrijlating van de ruimte

om te gieten. . . . , . .

Heeft men toevallig betonspecie bij de hand en is de ruimte groot genoeg dan is ook deze specie uitnemend geschikt.

Hardstenen plinten worden wel eens „uit de hand aangewerkt. Ik ben daar geen voorstander van, vooral niet als de muur dikker is dan de steenmaat. Veel verstandiger is het een paar profielen te stellen, opdat de achterzijde daar ter plaatse er niet zo haveloos zal uitzien. De ankers kunnen gewoon worden aangewerkt. Fig. 239. . . .. , ,...*

Toen ik nog een jeugdig metselaartje was, zei mijn baas altijd, dat ik tussen de haak van het anker en het hardsteen een stuk steen precies pas moest leggen om de haak goed vast te zetten. Ik deed dit, want een jongen, die wat leren wil, mag met eigenwijs zijn. Achteraf beschouwd is dit natuurlijk onzin geweest, dat

aanwerken van dat anker. u

Als alles vol in de specie is gewerkt, zitten de ankers van zeil vast. De ankers zijn gevat in de dookgaten, die er door den steenhouwer van te voren in zijn gehakt; de gaten zijn zwaluwstaartvormig, evenals het einde van de ankers, fig. 240.

Het gat is echter wat ruimer gehakt en het anker wordt in het gat vastgezet door om het ijzer gloeiend — dus vloeibaar lood in het gat te gieten. p .

Dat aangieten van de ankers dient met de meeste omzichtigheid te geschieden, omdat het voor kan komen, dat er in het dookgat water zit. Dat kan gemakkelijk, bijv. door een regenbui.

Bij het aangieten van het gloeiende lood gaat het water tot stoom over, waardoor het lood met geweld uit het gat omhoog zal spatten en, daar de ankers meestal met de hand worden vasttfehouden en de loodlepel niet zo heel lang van steel is, heeit men dan veel kans de gehele loodvulling in het gezicht te krijgen. Ik herinner mij zo'n geval, waarbij een timmerman, met het ingieten van ankers bezig zijnde, geen erg had, dat deze oi gene een paar druppels water in de dookgaten gemorst had en hevig ontdaan bij ons kwam aanlopen met grote plekken lood m zijn

baard en op zijn kleren. , „ , . . ,

Het was een geluk, dat z n baard alles had opgevangen, anders

was hij er heel wat erger aan toe geweest.. , ,

Zijn sieraad zag er nu wel erg haveloos uit en vooral nadat we me een schaar alle loodplekken hadden weggeknipt. Omdat het toen zo betrekkelijk goed was afgelopen, hebben we er later nog wel eens een grapje over gemaakt, maar de man had net zo goed alles in zijn ogen kunnen krijgen en was dan zeker blind geweest. Wanneer men dus bemerkt, dat niet alles volkomen droog is, kan door middel van een blaaslamp het water gemakkelijk worden verwijderd. Ik bedoel zo’n lamp, welke de loodgieter bij het sol-