is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplichting van de leden der dorpsgemeenschap om gezamenlijk het dorp tegen gevaren te beschermen — vijand, bandjirs, schadelijk gedierte — en andere dorpsdiensten in het gemeenschappelijk belang te verrichten, als nachtelijke waakdiensten, aanleg van wegen en bruggen, irrigatieleidingen, stuwdammen. Dit alles echter slechts voor zoover het werkelijk gemeenschappelijke dorpsbelangen betreft, die ook door de dorpsgenooten als zoodanig gevoeld worden en niet op dwang van een hoogere overheid berusten.

§ 2. Solidariteit en wederzijdsch hulpbetoon.

Het communalisme der dorpssamenleving brengt mede dat men aan de groote gebeurtenissen in eikaars leven, als geboorte, besnijdenis, huwelijk, sterfgeval, deelneemt door gemeenschappelijke religieuze en traditioneele ceremoniën en feesten.

Ook bij werkzaamheden, die de krachten van één gezin of familie te boven gaan, helpen de overige desagenooten. Zoo bij het openleggen, schoonmaken en omheinen van een stuk boschgrond, het bouwen van een huis, verschillende traditioneele landbouwwerkzaamheden. Daar ieder op zijn beurt zoodanige hulp verleent en ontvangt, pleegt men van wederzijdsch hulpbetoon te spreken.

Een andere, eveneens voor het economisch leven belangrijke vorm van solidariteit is, dat men elkaar in zijn overvloed laat deelen; behoeftigen kunnen op de hulp der anderen rekenen; niemand behoeft te verhongeren zoolang het dorp nog voedsel heeft. Wie zijn padi oogst, moet een door de traditie bepaald deel van de opbrengst in den vorm van oogstloon aan zijn desagenooten af staan; gebruiksvoorwerpen leent men zonder vergoeding uit. Ja, zelfs het binnengedrongen geldverkeer heeft dit communalisme niet onberoerd gelaten, in zooverre als dikwijls dezelfde personen aan dorpsgenooten renteloos uitleenen en van derden hooge rente eischen.

De solidariteit der dorpelingen uit zich ook in het oudinheemsche rechtsbeginsel van het voor elkaar aansprakelijk zijn.

Misdreef een inwoner iets tegen een lid van een andere gemeenschap, dan werd dat geen geschil tusschen de betrokken personen, doch tusschen de betrokken dorpen. Had hij b.v. gestolen, dan zouden de lieden uit het dorp van den bestolene