is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebruik van eens anders grond (deelbouw), van een deel der jongen bij deelwinning van vee, van terugbetaling van de dubbele hoeveelheid of meer van de geleende zaaipadi.

§ 5. Ruil en wederkeerigheid.

Men spreekt dikwijls van de gesloten dorpshuishouding. Deze term is verwarrend; reeds hiervoren is er op gewezen, dat de autarkie van het boerengezin en van het dorp niet absoluut is. Sinds onheuglijke tijden kent de dorpsgemeenschap ruil; handel en zeevaart zijn in den Archipel een paar duizend jaar oud. Ruil is algemeen verbreid maar van geringen omvang, hij blijft aanvulling van een in hoofdzaak toch zelfgenoegzame eigenproductie.

Ruil heeft vooreerst binnen de dorpsgemeenschap plaats in aansluiting op het als huisvlijt uitgeoefende ambacht. Wat men aan voorwerpen meer maakt dan men zelf behoeft, ruilt men tegen anderer producten of tegen voedsel.

De ruil bepaalt zich echter niet tot het dorp. De menschen der oude beschavingen leven niet geïsoleerd in hun dorpen, maar onderhouden een tamelijk levendig onderling verkeer. Reizen, om familieleden en vrienden in andere dorpen op te zoeken, komen veel voor, bij welke gelegenheden men geschenken wisselt. Ru nog bezoekt geen Indonesiër een ander elders zonder geschenken mede te brengen. Vooral echter werd ruilverkeer met naburige dorpen onderhouden in den vorm van ceremoniëele groepsgewijze geschenkenruil, die nauw verband hield met religie, wereldbeschouwing en sociale organisatie dezer volken en meer diende om banden van vriendschap en vrede te onderhouden dan dat hij economisch karakter droeg. Dikwijls ging deze geschenkenruil met onderlingen wedijver der ruilende groepen gepaard, beoogende elkaar in royaliteit te overtroeven en daarmede sociale superioriteit te bewijzen. Grondkenmerk ervan was wederkeerigheid: de verplichting om geschenken aan te nemen en andere tot minstens gelijke waarde terug te geven. Evenzoo zal men zich haasten om, indien blijkt dat een gast een bepaald ding op prijs stelt, hem dat aan te bieden, hetgeen dan inpliceert, dat de begiftigde zich zijnerzijds niet onbetuigd zal laten. Deze trekken kan men nog heden waarnemen.

Raast deze ceremoniëele was ook profane geschenkenrud in