is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inheemsche exportcultures. Hetzelfde geldt voor de robustakoffie, thans een zeer belangrijke bevolkingscultuur in Zuid- en Midden-Sumatra en in mindere mate in de Oeloe Soengei (Zuideren Oosterafdeeling van Borneo), op Bali en in Midden-Celebes. De behoefte aan krachtig trekvee voor het transport van het riet bij de Java-suikerindustrie heeft zeer ten nutte gestrekt van de verbetering van den inheemschen veestapel, door het scheppen van afzetmogelijkheid en door het nu loonend worden van de invoering van stamboekvee( Ongole-stieren). De inkrimping van die behoefte door de uitbreiding van railtransport en mechanisch vervoer heeft echter in vele streken van Java veeoverschot veroorzaakt.

Aangenomen kan worden, dat de Westersche grootcultures over het geheel de ontwikkeling van Nederlandsch-Indië en zijn inheemsche bevolking zijn ten goede gekomen. Echter zijn er ook nadeelen voor die bevolking aan de machtige positie dezer cultures verbonden.

Zij werken niet in alle opzichten bevorderend op den drang tot zelfwerkzaamheid, die het modern koloniaal beleid bij de bevolking wil aanwakkeren. Op de ondernemingen werken de inheemschen zoo goed als nooit als leiders, doch hoofdzakelijk als koelies, mandoers en schrijvers, aan wie het werk en het arbeidstempo wordt voorgeschreven en ook moet worden voorgeschreven in het belang van het bedrijf. Daar de ondernemingen zoo goed als zonder uitzondering als grootbedrijven zijn georganiseerd, is de afstand, die de arbeiders van de leiding scheidt onoverbrugbaar groot.

De bevolking binnen de invloedssfeer der ondernemingen wordt voorts dikwijls in hooge mate afhankelijk van haar verdiensten uit het werken als ondernemingskoelie en het verhuren van haar gronden aan de onderneming om den door haar aangenomen levensstandaard te kunnen handhaven. De onderneming krijgt daardoor een groote economische macht, is in staat om bij haar overeenkomsten met de bevolking, waarbij vooral te denken valt aan grondhuurovereenkomsten, de voorwaarden te dicteeren. B.v. kan hier gewezen worden op de veelal opgenomen voorwaarde, dat in den Westmoesson vóór de oplevering aan de suikerfabriek de grond slechts met vroegrijpende padi mag worden beplant of dat op de voor den teelt