is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VI

MOEILIJKHEDEN EN GEVAREN VOOR DE REVOLKING TENGEVOLGE VAN DE ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE VERANDERINGEN

§ 1. Het Westersche kapitalisme tegenover de inheemsche dorpsgemeenschap.

Geld en verkeer dringen steeds meer door in de inheemsche maatschappij; het verste binnen de stedelijke arealen, doch ook reeds in de meeste dorpen, afgezien van enkele afgelegen primitieve gebiedsdeelen, die bovendien tot de minst bevolkte van den archipel behooren. Het binnendringen van geld en verkeer, het maken van het juiste gebruik daarvan, eischt veranderingen in het tot nu toe gevolgde economisch handelen, die diep in het leven en het denken ingrijpen.

Dit binnendringen van het geld is een gevolg van het al intensiever wordend economisch verkeer van de inheemsche bevolking met een haar vreemden organisatievorm van het economisch leven, die in een veel verder gevorderd economisch ontwikkelingsstadium verkeert.

Deze vorm, dit stelsel, volgens welke het Westersch bedrijf en in aansluiting daarbij de geheele koloniale bovenbouw in Nederlandsch-Indië is georganiseerd, is het Westersche kapitalisme. Zijn kenmerk, dat het juist in de kolonie in ongewone scherpte vertoont, is de voortbrenging door ondernemingen, gericht op rentabiliteit van het daarin gestoken kapitaal, welke door scherpe geldrekening wordt nagegaan. Vrije, zuiver zakelijke, prijsvorming, gespecialiseerde, op qualiteit gerichte, productie voor de wereldmarkt, scherpe scheiding tusschen consumptiehuishouding en productiehuishouding en ver doorgevoerde, straffe organisatie zijn de voorwaarden, noodig om met dit stelsel een bloeiend maatschappelijk geheel te verkrijgen.

De inheemsche maatschappij buiten de steden, d.w.z. verreweg het grootste gedeelte daarvan, verkeert daarentegen vrijwel