is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vcrdor waren er in 1934 nog omstreeks 23 duizend höctftrcn beplant met Inlandsche koffie. „Omstreeks”, want men ondervindt bij de bepaling van de uitgestrektheid van de bevolkingskoffie, daar deze veelvuldig op erven is aangeplant, groote moeilijkheden.

De sterk schommelende cijfers van den tabaksaanplant zijn niet slechts het gevolg van wisselende oogstuitkomsten, doch eveneens van het schommelen van de prijzen. Of de bevolking een bepaald handelsgewas zal gaan verbouwen, hangt immers in sterke mate af van den prijs, dien zij ervoor denkt .te kunnen maken. De Inlandsche rietcultuur schijnt achteruit te loopen, waaraan de daling van de suikerprijzen sedert 1922 wel het hare zal hebben gedaan.

De theecultuur breidde zich in de laatste jaren uit. In 1934 werd 16.5 % van de theeproductie van Java verkregen door opkoop uit Inlandsche tuinen. Merkwaardig en leerzaam is de reactie van deze bevolkingscultuur op het prijsverloop, zooals uit het hier volgende staatje blijkt.

Verhouding van

Uitgestrektheid Opkoopprijs Opgekochte opgekochte Jaar in onderhoud per 1 K.G. hoeveelheid in hoeveelheid tot in 1000 H.A. nat in centen mill. K.G. droog onderhouds-

uitgestrektheid

1925 25.8 7.5 11.8 45 %

1926 28.6 10.— 15.4 54 %

1927 30.6 8.— 13.2 43 %

1928 34.8 7.— 16.3 47 %

1929 37— 6— 16.6 45 %

1930 41.2 4.— 15.2 37 %

1931 41.8 2.5 16— 38 %

1932 41.4 1.5 13.3 32 %

1933 46.5 2.1 12.4 27 %

1934 55.— 3.6 13.3 24 %

Hoewel de uitgestrektheid van de theetuinen, die door de bevolking worden onderhouden, vrijwel voortdurend toeneemt,

5