is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de economie der inheemsche samenleving in Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijk moet men zich niet voorstellen, dat deze bedragen ook in handen der bevolking gekomen zijn, zeer veel daarvan is in de zakken van de Chineesche opkoopers en de exporteurs gevloeid.

§ 5. Voordeelen van het overwegen van den voedselbouw voor Java.

Op Java en Madoera valt nog steeds de handelsgewassenaanplant in het niet tegenover den voedselbouw. De voedselbouw is basis van het bedrijf van de meeste landbouwers gebleven, al is het telen van handelsgewas voor hen dan daarnaast een zeer welkome gelegenheid om geld te verdienen. Vergrooting van de afzetgelegenheid zal er misschien in de toekomst toe leiden, dat de nieuw ontgonnen woeste gronden in meerdere mate voor de handelsgewassencultuur zullen worden gebruikt. In Priangan bleek reeds, dat het autobusverkeer een opbloeien van den verbouw van die gewassen mogelijk maakte in tot dan toe afgelegen streken. Als voorbeelden kunnen hier genoemd de aardappelbouw op de Pengalengan-hoogvlakte en de groenteteelt om Patjet in West-Prangan.

Dit vasthouden van de bevolking aan den voedselbouw was voor Java geenszins een onbeperkt nadeel, een remmende factor der economische ontwikkeling. Ware de bevolking op groote schaal tot handelslandbouw overgegaan, dan zou zij haar voedingsmiddelen voor een belangrijk deel in het buitenland moeten zijn gaan koopen. De bevolking zou veel meer afhankelijk zijn geworden van de wereldmarkt. Het is de vraag of dit niet tot ernstige schokken in de welvaart zou hebben geleid bij een prijsdaling van de exportproducten, of zelfs de voedselvoorziening niet in gevaar geraakt zou zijn bij het optreden van een depressieperiode voor de prijzen der handelsgewassen. Bij voortbrenging voor de markt, vooral waar deze exportmarkt is, treedt het vervoersvraagstuk van de producten op den voorgrond. Is het transport van landbouwproducten in het algemeen reeds duur, zooveel te meer, waar deze producten in verspreide, kleine bedrijfjes bij kleine hoeveelheden, worden voortgebracht. Het Javaansche tanibedrijf is in het algemeen op productie voor de exportmarkt niet ingesteld. In ieder geval zal een groot deel van den marktprijs, vaak de helft en meer, in andere handen