is toegevoegd aan uw favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Woensdagavond; goed; Lé moet zich dan maar vrij maken."

„Hij moet altijd een conferentie verzetten," stemde Rita in.

Noes lachte.

„Eigenlijk is hij blij, als hij van zoo'n vervelende bespreking af is. Ik help hem, door uitgangetjes te verzinnen; trouwens, ik ga dolgraag uit, dat weet je. Dansen ! daar kan 'k niet buiten!"

Rita keerde haar gezicht naar de deur.

„Kom maar binnen, Wim! Hier is een nieuwe tante!"

Op vlugge voetjes rende 't vijfjarige kereltje binnen, frisch en blond kind, stevig gebouwd.

„Dag!" hij legde zijn handje in de hand van Noes. Zijn blauwe oogen blikten onderzoekend. „Ik vind je wel lief," zei hij dan tevreden.

„Ik jou ook," verzekerde Noes. „Wij worden vriendjes, niet?"

„Best." Hij leunde tegen haar knieën. „Ik heb al honderd vriendjes."

„Dan ben ik de honderd en eenste!"

't Kind schudde zijn kopje.

„Mammie zegt: honderd en eerste," verbeterde hij ernstig. „Jij kunt nog niet praten."

„Leer jij 't me dan," vroeg Noes.

Rita legde uit: „Toevallig kwam honderd en eerste gisteren te pas. Verleden jaar praatte Wim nog een raar taaltje, Duitsch en Hollandsch door elkaar. Lex had een kinderjuffrouw uit Weenen meegebracht, die is verleden jaar pas weggegaan, toen wij getrouwd waren. Maar nu praat hij mooi Hollandsch, niet Wim?