is toegevoegd aan uw favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kom!" drong zij, „laten we nu gaan."

In de lift vroeg Leo: „ben je er erg op gesteld, nog ergens te gaan zitten?"

„Welnee!" zei Noes blijmoedig. „Als jij liever meteen naar huis wilt. Jt Is ook al laat geworden."

Door de verlaten winkelruimte beneden kwamen ze buiten, waar de blauwe Chrysler geparkeerd stond. Noes wipte naast haar man.

„Rijd een klein eindje om!" verzocht ze. ,/t Is zulk heerlijk weer!"

„Goed!" gaf Leo toe. „We kunnen de Wandelweg even nemen."

Toen ze buiten 't drukke verkeer waren, legde Noes haar hand op zijn arm.

„Lé ..." zette zij zachtjes aan; „vind je 't moeilijk vanavond?"

„Waarom?" Boven zijn neus trok een rimpel, ,/t Is immers afgesproken."

„Je hebt er zoo weinig over gezegd ..."

Hij schouderschokte.

„Wat zal ik er over zeggen? We moeten afwachten, hoe 't zijn zal; dat is vooruit niet te bepalen."

Hij ziet er tegen op! dacht Noes. 't Maakt hem zenuwachtig. Misschien had ik 5t niet moeten beginnen.

„Doe je 't alleen voor mij?" vroeg ze.

Een oogenblik, niet meer dan een paar seconden, maakte de wagen een onnoodige bocht; toen pakten Leo's handen weer vast.

„Natuurlijk Noesje; voor jou. Ik zou een toevallige ontmoeting hebben afgewacht."

„Die was misschien nooit gekomen."