is toegevoegd aan uw favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weet ik toch wel;" verzekerde Lenie. „Maar och! ik ben een beetje down. Jij kunt dat niet begrijpen; voor jou is 't leven zoo goed."

„Ja, dat is 't," gaf Noes aarzelloos toe. „Maar vroeger was 't ook dikwijls moeilijk, 't Kan voor jou ook veranderen."

„Och ja," stemde Lenie quasi nonchalant toe. „Misschien krijg ik wel een reuzebaan of een man met geld, net als jij."

Noes zweeg. Vond Lenie dat 't voornaamste, geld? Ze moest wel heel arm zijn.

„Ga je mee?" noodde zij. „Ik hoor praten in de salon."

Lex en Rita stonden met Leo te praten; Rein en Mies Vunders kwamen juist binnen, hij lang en mager, de kop met 't overdreven hooge voorhoofd en de groote neus als een caricatuur van een denkerskop; de vrouw klein en bewegelijk met een pikant wipneusje en kleine scherpe bruine oogen.

Vunders begroette Rita, om zijn mond een lachje, als van verstandhouding.

„Rita! in lang niet gezien. Je ziet er uitstekend uit. En Drumond... buitengewoon prettig je te ontmoeten."

„Wist je toch," zei Leo lakoniek.

„Daarom mag ik 't toch wel appreciëeren. Ik verheug er me op, weer met Rita te zullen kibbelen..."

„Vandaag wordt er niet gekibbeld!" viel Noes in.

„Te redetwisten dan;" hield Vunders onvervaard vol. „Over Strindberg bijvoorbeeld, weet je nog, Rita?"

Rita knikte. Zij herinnerde 5t zich: ze had zich destijds opgewonden over Strindberg's uitlatingen in verband met 't huwelijk. Dat was in de tijd, toen zij