is toegevoegd aan uw favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaam de plaatsen in, die zij hun wees, volgden gedwee haar instructies op bij 't verdeelen van de proviand.

„Nu moeten de kleintjes uitrusten," decreteerde Noes na 't picnicmaal. „Heerlijk, jongens! allemaal op een deken op de grond! Tante Rita en tante Mies passen op jullie!"

„Is niet tante! isse Mammie!" protesteerde Hansje Vunders. 't Volgend oogenblik zei hij met blinkende pretoogjes: „tante Mies! tante Mies!"

„Aap van een jongen!" Mies lachte en rolde hem over de deken, door Noes uitgespreid.

Noes, met de drie oudsten, twee jongens en een meisje van negen of tien jaar, rende de heuvels op en af; als een hert, 't hoofd achterover, draafde zij met de kinderen mee, verschool zich onverwachts in een boschje en klom zelfs in een boom, riep de kinderen bij zich, lachte schaterend om de vergeefsche pogingen van Loek Zeeters, die, dik en plomp, 't niet verder bracht dan de onderste wijd gespreide tak, vlak bij de grond. Maar toen Loek bedroefd keek, riep Noes dadelijk gul: „blijf daar maar; we komen dadelijk weer bij je!" Vijf minuten later zaten ze met hun vieren op de dikke, lage tak, Loek op 't veiligste plaatsje, dicht bij den stam. Noes zette een liedje in, de kinderen volgden, maar onverwachts sprongen de twee jongens van de tak, buitelden over hun hoofd de heuvel af. Noes legde haar arm om Loek heen, liet zich zoo samen met haar zakken, riep de jongens terug.

„We gaan naar de vijver!" beloofde ze.

Mies en Rita zaten bij de kleintjes, die, moe en slaperig door 't buiten zijn, nauwelijks last gaven. Hans had zijn kopje tegen moeders been en gelegd, Wim rolde zich

Spel van vier 6