is toegevoegd aan je favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zomerwind, die de helm op de witte duintoppen deed golven, kon hen hier niet bereiken.

Noes begroef haar vingers in 't korte gras, liet haar hoofd rusten tegen de helling. Haar glanzende oogen blikten omhoog, waar een duinleeuwerik opsteeg naar den blauwen hemel.

„Lekker! op de grond te liggen!" roemde zij. Even later rees zij recht, keek Rita aandachtig aan.

„Je ziet er niet best uit, Riet. Niet of je al ruim drie weken hier buiten bent."

„Een beetje na-moeheid, denk ik;" gaf Rita toe. „We zijn erg in spanning geweest over Wim en ik ben 't verplegen niet gewend."

„Daar moest je nu toch overheen zijn," hield Noes vol.

Rita zat rechtop, haar oogen neer, als bestudeerde ze haar handen, saamgevouwen in haar schoot.

„Ik heb 't eenzaam hier," zei ze stil. „En de verantwoordelijkheid voor Wim... die drukt me een beetje."

Noes zat nu dicht met haar gezicht bij dat van Rita. „ t Gaat toch goed met hem, je hoeft nergens meer ongerust over te zijn."

„Weet ik wel. Nu ja..." Ze hief haar hoofd op, keek Noes aan. „Ik slaap slecht de laatste tijd."

„Leo ook..." Noes zweeg abrupt. Schrok Riet daarvan? 't was of haar gezicht vertrok. Verbeelding natuurlijk.

„Lé sliep op reis dikwijls de halve nacht niet," vertelde ze. „Altijd piekeren over de zaken."

„Gingen de zaken slecht?" vroeg Rita gedwongen.

„Alle zaken gaan immers slecht tegenwoordig. Maar

Spel van vier 13