is toegevoegd aan je favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze zagen elkander in gezelschap van derden; trof 't dat zij voor een oogenblik samen alleen waren, dan raakten hunne schaarsche woorden aan niets, dat henzelf betrof. Maar de opzettelijkheid in dit ontwijken van wat naar boven drong, manifesteerde zich als 't ware in zichzelf.

Voor Rita was dit verlangen van haar zinnen pijnlijk en verwonderlijk tevens; geen oogenblik na de scheiding van Leo had zij dit verlangen nog gekend; bevrijding had zij gevoeld 't eerste jaar, ondanks de benarring der materiëele omstandigheden, daarna gehechtheid aan Lex, teeder en troostend geluk omdat zij met hem verbonden was.

Ze wilde niet terug, nooit! Ook al zou niets 't verhinderen, ook al zouden Lex en Noes er niet tusschen staan. Waarom dan, ondanks deze zekerheid, die tweespalt in haar wezen? Waarom 't kwellende, brandende hunkeren naar Leo's nabijheid, naar een aanraking van zijn hand, een toevallig ontmoeten van zijn blik?

Ze werd gefolterd door herinneringen, die ze verdwenen had gewaand, herinneringen aan liefdenachten uit 't begin van hun huwelijk, als Leo's kussen op haar gezicht regenden, eer in 't sublieme moment van vereeniging hunne monden vast en stil op elkander sloten. Weggedrongen en vergeten lagen de kwellingen van latere nachten, toen hij, opgezweept door jaloezie en bezitsdrift, haar nam, ook wanneer haar verlangen zweeg.

Zoo scheen allengs haar bewuste wil, niet terug te keeren tot het verleden, alleen nog te steunen op de wensch, Noes en Lex te ontzien. Al verliet haar nooit