is toegevoegd aan je favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gezegd, dat jij en Lé... dat jullie nog — van elkaar houden? 5t Is nu zoo moeilijk geworden..."

„Noes! heeft Leo...?"

Rita zat op de stoel voor 't bed; Noes praatte snel door.

„Ik had 't niet begrepen. Ik merkte wel, dat 't tusschen Lé en mij niet zoo goed meer was als vroeger. En toen, gistermorgen, zei ik hem, dat ik... een kindje verwacht..."

„Noes! is dat waar?"

Rita's oogen werden wijd; een vlam sloeg haar over 't gezicht. Dat is de reddding! schoot 't in haar op.

„Ja," zei Noes zacht. „En 't erge is, dat ik er niet blij om mag zijn. Lé werd zoo driftig toen ik 't hem zei. Maar ik wist ook niet, dat hij naar jou... Hij zei, dat 't kind niet geboren mocht worden, maar dat kon ik niet... doen. Toen dacht ik, zelf ook weg te moeten gaan."

„En toen heb je...?"

„Ja. Maar... ineens wist ik, dat Lé dan toch niet gelukkig zou worden."

Rita boog zich over het bed heen, haar oogen hielden die van Noes vast.

„Noes, dit is de redding," zei ze, haar stem diep van ontroering, ,/t Kind, bedoel ik. Ik wil niet terug naar Leo, dat zweer ik je. Ik zou niet meer met hem kunnen samenleven en ik houd van Lex. Dat heb ik Leo gezegd. Leo houdt van jou, al weet hij 5t niet. Je moet hem vasthouden, je kunt 't, 5t is voor zijn geluk."

Zij sprak indringend, overtuigend. Noes moést gelooven, dat Leo van haar hield. En terwijl zij sprak,