is toegevoegd aan uw favorieten.

Spel van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leo duwt de deur van de zitkamer open.

„Wees zoo goed, zuster, mij even op de hoogte te brengen," verzoekt hij.

De verpleegster antwoordt op korte zakelijke toon. „Mevrouw heeft 't gaskraantje per ongeluk opengetrokken — 't is goed afgeloopen; dat wil zeggen, ze was al bewusteloos toen dokter werd geroepen."

Leo is bleek geworden.

„En nu?"

,,'t Gaat best; dokter is tevreden. Maar met 't oog op mevrouws zwangerschap vond dokter een paar weken bedrust noodig."

Alle overweging laat Leo in de steek. Op vlugge voeten loopt hij naar boven, de slaapkamer binnen.

„Noesje! wat ben je nu begonnen?"

Noes geeft een lichte schreeuw als een vreugdekreet, maar blijft liggen. Ze merkt op, dat Leo's stem onvast klinkt; t is haar bewijs, dat zij goed heeft gezien: haar dood zou hem ondragelijk schuldgevoel gegeven hebben.

Hij is bij 't bed, neemt haar handen, die zij naar hem uitsteekt, ziet haar smalle gelaat overwaasd van teeder rood, tot op haar voorhoofd gestegen.

„Wat heb je uitgehaald?" Zijn toon is nu ongeduldig; hij voelt, hoe alle vastheid hem is ontgleden.

't Rood vervaagt van haar gezicht: dit is nu wit en de flauw roode striem boven 3t oog komt te zien.

Zij neemt zijn hand, legt die tegen haar wang, maar bedelt niet om een kus, 5t oogenblik is te zwaar geladen. Haar oogen blikken in de zijne; glanzend zijn ze, als schijnt er een licht door naar buiten.