is toegevoegd aan uw favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een grooten toeloop van volk om zich heen verzameld te zien, om op die manier te kunnen gaan prediken over de verdoemenis van deze samenleving. De tijd scheen daarvoor echter nog niet gekomen. „Hierheen!" beval nu de Knijf en de ander volgde hem naar de toenmaals beruchte Bagijnestraat, (thans sinds tien jaren weggebroken) waar zich een zoogenaamd Burgerlogement bevond. Hier hoopte de Knijf een uurtje te kunnen bekomen van zijn emoties. Ze betraden beiden de benauwde gelegenheid.

Door de smalheid van de griezelige straat, waar sinds meer dan een halve eeuw de lugubere sfeer hing van bloedige vechtpartijen, van vloeken en prostitués, was de warmte getemperd tot een klamme kelderachtige koelte. Ze kwamen achter elkaar de lange smalle localiteit binnen, de baron het eerst. En Wolf, die wat alcohollucht betreft, nog al wat gewoon was, dreigde aanvankelijk in zwijm te zullen vallen van de beestachtige wilde lucht, die hier rond hing, en het was of de kreten en doodsrochelingen van bloedige slachtoffers er nog echo's nagelaten hadden. Van de kerels en wijven, die hier en daar verspreid zaten, voelde men de hittige temperamenten, al voor men ze goed had kunnen onderscheiden in dit halfduister. In deze smerige bewaarplaats, waar defect, verroest of versleten raderwerk van de maatschappelijke machine op een hoop gesmeten lag, voor het in de smeltoven van koning Dood geworpen werd, zochten ze zich een plaats in den donkersten uithoek. „Wat drinken we?" was het eerste wat de baron zei. Toen de ander geen keus kon maken, stelde de baron voor twee Catz te bestellen. „Dat geeft altijd weer moed," zei hij, „om iets nieuws te ondernemen."

„Ik heb geen bedwelming noodig om de daad te volbrengen, de geest is over mij. Niemand is moediger dan ik!"

„Ho, ho!" lachte de Knijf. „Een mensch is wat hij eet en wat hij drinkt. Geef mij een flinke biefstuk met patates frites en doperwtjes; een goed glas bourgogne en ik zal