is toegevoegd aan je favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontving Wolf van den anderen veldwachter een trap, dat hij languit over de keien rolde. Hij stond evenwel snel weer op zijn beenen, wrong zich wild door de menigte en kwam nog juist bijtijds om te zien hoe zijn vriend, die aarzelde verder te gaan, als een slachthuisbeest gedwongen werd het tweetredig trapje te bestijgen, om vervolgens het donkere kot ingestooten te worden.

De aangekomen treinreizigers gingen na dit voorval diep geschokt uiteen, en terwijl de gevangenwagen met zijn levende vracht ratelend over het Stationsplein wegreed, gingen zij, zonder den stereotypen trek van opluchting op het gelaat, ieder zijns weegs.

Thans was het ongeveer half acht in den avond, en juist, terwijl de baron dacht door middel van zijn advocatentalent zijn vriend al diens dwaasheden uit het hoofd gepraat te hebben en aan het verstand had trachten te brengen, dat hij wijzer deed relaties te zoeken en dergelijks meer, bevond hij zich weer argeloos temidden van een nieuwe onderneming, waarin de profeet hem onmerkbaar betrokken had. Het was zoowat kwart voor achten toen ze zich voor den Franschen Schouwburg bevonden. Het seizoen was juist enkele dagen tevoren begonnen. Wolf liep reeds sinds eenige uren stilzwijgend rond met hetgeen hij ontdekt had. Op een theateraffiche had hij gelezen, dat de oudste zuster van zijn vrouw dienzelfden avond haar eerste hoofdrol zou spelen als Nora in Ibsen's drama. In zijn snel gevolgtrekking makend brein had hij het als een uitgemaakte zaak beschouwd, dat Wies, in gezelschap van haar overige familieleden, deze voorstelling zou gaan bijwonen. Zoo leepweg had hij den argeloozen baron meegetroond naar den ingang voor de eerste-rangen, waar de koetsen en de auto's stilhielden en de beau-monde van den Haag uitstapte. Dit mooie hoekje van het oud aristocratisch den Haag lag daar nu onder een zacht sprookjeslicht, en de beide schilders-musici ondergingen, elk op zijn wijze, het rococco van den ouden schouwburggevel. Zij aanschouwden de sfeer van in bont en zijde gehulde