is toegevoegd aan uw favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ergsten," zeiden ze altijd. „Krankzinnigen verplegen is het verrassendste en tegelijk het ondankbaarste werk, dat er op de wereld bestaat." Het eerste waarmee hij zich in het begin verraden had, was, dat hij gezegd had den marteldood aan het kruis te willen ondergaan.

Na een maand was hem een soort kamertje gegeven, waar hij viool studeeren en wat schilderen kon; dat was voor hem reeds een groote verzachting van zijn ellende. Door eenige uren per dag alleen te zijn, begon hij langzamerhand zichzelf te hervinden en kon hij zijn toestand wat objectiever beschouwen. Nu en dan echter werd hem de eenzaamheid te machtig en dan zocht hij, gelijk thans in de „wachtzaal" naar zijn kameraad, den ex-politieman, om wat te kunnen praten. Op het oogenblik had deze evenwel een ongewoon zwijgzame bui en bleef met zijn breeden rug naar hem toegekeerd, tusschen de regels van de krantenberichten door lezen, om er het zijne uit te distilleeren.

Toen Wolf nu daar zoo zat en dien tuin in keek, die dagenlang voortzeurende winden beluisterde, raakte hij onverwachts in een stomme wanhoop. Voor eenige dagen had hij nog de beste verwachtingen. Men had hem gesproken over pogingen, die voor hem gedaan werden om hem als verpleegde te ontslaan, en opname ergens in een familiekring. „Er waren menschen," verklapte de portier, „die over hem correspondeerden met den Directeurgeneesheer." Hij wilde echter geen namen noemen.

Doch hij hoorde nu over die maatregelen niets meer. Ook zijn familie wist hem niets te vertellen over de voorwaarden, waarop een genezende patiënt ontslagen kon worden. Zijn vader, moeder en zusters hadden het allen zoo druk met hun eigen familiedrama's, dat de een na den ander verzuimde de noodige inlichtingen bij de gestichtsautoriteiten in te winnen. Alle pogingen schenen thans vergeefsch geweest te zijn.

Nu en dan keek hij eens naar het gezicht van een broeder-waker, of daar misschien iets op te lezen zou zijn