is toegevoegd aan je favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan heeft. Hij gaat zijn leven opnieuw beginnen. Thomas, je kunt niet begrijpen, hoe een man van zestig nog de kracht heeft gevonden, zichzelf zoo te veranderen. Om je de waarheid te zeggen, ben ik er wel eens bang voor, dat het maar tijdelijk is; maar in dien tusschentijd hebben we dan toch iets bereikt. We zullen het er wel zoo op aanleggen, dat hij niet meer terug kan en ons beste beentje voorzetten... En wat denk jij ervan?... Je bent ineens zoo stil; zeg eens wat!..." Thomas keek stil voor zich uit naar de einders, waar tegen de grijze lucht zich heel fijn een molentje afteekende en een torenspits onder de dalende zon. „Ach," zei hij eindelijk, „ik vraag me af, waartoe toch al die moeilijkheden van het menschdom moeten voortduren... Dat plaagt elkaar maar, verstaat elkaar niet, dat voert maar oorlog, en niettegenstaande ze van alle levende schepselen in verhouding de zwaarste hersenen hebben, en het gewicht van de sterren tot op een ons toe weten, vergeten monsters uit de oertijden tot op een knokkel toe opnieuw weten samen te stellen, is de zwaarte van hun leed met geen menschelijke maat te meten... Wat zit daar eigenlijk voor een mysterie achter? Gaat er dan werkelijk een onzichtbare geest tusschen de menschen rond, die ze al maar influistert hun eigen ondergang te zoeken?... Als ik nog aan die eerste dagen hier terugdenk, dan word ik zoo bitter, dan zou ik haast aan het bestaan van een Voorzienigheid gaan twijfelen.

„Stil, stil!" riep Carolien, verontrust zijn hand grijpend, „in Godsnaam, laat vader zooiets nooit hooren! Want dat zou zóó pijnlijk voor hem zijn! O, als hij dat hoorde!...

„Stil?... Maar waarvoor dienen nu eigenlijk al die folterkamers daar?" vroeg hij, naar de paviljoenen achter hem wijzend.

„Ach, beste Thomas, denk daar niet te veel aan; die menschen zijn misschien wel gelukkiger dan de verstandigen, met hun waandenkbeelden. Niettegenstaande alles, is ons begrip nog zoo klein. Wat kunnen we nu begrijpen van al die wreedheden in de levende schep-