is toegevoegd aan je favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we niets dan de routine. Zij zag zijn gezicht, dat zooeven nog een opgewonden blos had, weer dezelfde gelige bleekheid aannemen, zijn oogen verdoffen, doch toen greep ze hem snel bij den arm, zoodat hij als uit een droom ontwakend, opzag. Hoewel slechts enkele seconden voorbij waren gegaan, had hij in dien droom veel gezien en geleden, maar nu hij die vrouwenhand op zijn arm voelde, schudde hij, ofschoon verstrooid-onwillig, heel het doorleden voorheen van zich af en zag met zijn droomerige blauwe oogen haar aan. „Beste Thomas," vroeg ze hem ernstig, „weet je wat het voor je gaat beteekenen, over een paar dagen weer vrij te zijn?... Vrienden om je heen te hebben, die je zullen helpen?" Hij knikte aangedaan met het hoofd, „alles gaat weer beter worden," zei hij zacht, nadenkend. Nog een paar dagen"... Tegelijk keken ze nu rustig naar de verten, waar de eindelooze velden zich uitstrekten, en waarboven grauwe wolken wild voortdreven; ze luisterden naar het eindeloos mineurgezang van den wind. Maar plotseling was er breking in de lucht; het grijs opende zich en een gouden bundel zonlicht bazuinde over de aarde, dat alles even glimlachte. Beiden schouwden verrast, met wijdopen oogen naar het onverwacht tafereel, het oplichten der weiden; een vergulde wolk. En er klonk opeens, vanuit een verre hofsteê, het gekraai van een haan als een verwijderd zwak signaal. „Hóór!" fluisterde zij blij opgewonden. „Ik hoor het," zei hij.

„De nieuwe toekomst," juichtte zij.

„Ja," zei hij, „een nieuw bestaan. Christus spreekt vanuit de verten: „Ik ben de weg, de waarheid en het leven." Er is geen dood... De ziel is onsterfelijk"...