is toegevoegd aan je favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog wel eens 'n keer opgezocht in het gesticht, naar ik hoor, maar voor de rest verneem je er niets meer van. Het zijn natuurlijk stokoude menschen. Die oude stafmuzikant moet al minstens negentig wezen, en zoogoed als blind; en die vrouw is heelemaal kindsch geworden. Ze leven daar heelemaal vergeten met hun zoon en een oude huishoudster, ergens in den Haag. Die zoon in Amerika is nu zoo hoog in de wapens, dat hij niets meer van zich laat hooren. Naar je zoo achteraf wel eens verneemt moet hij indertijd door den invloed van dien mijnheer Tienhoven wel gedwongen geweest zijn om het land te verlaten. Hij liep hem toen zoo'n beetje in den weg, begrijp je, met die dochter 1 Ach ja, dat was me toen een geschiedenis in die familie; zijn dochter met een artist er van door, naar Antwerpen!... Ja, ja, de jeugd!... Denzelfden nacht nog werden ze ontdekt in een van de minste hotelletjes, ergens achter de kathedraal. Ze zeggen, dat zij drie maanden daarna in eens naar het buitenland is moeten gaan, en o, nog zooveel dingen meer. Die muzikant, die Duvernoy, dien ik toen nog half stervende in het Park aangetroffen heb, 's ochtends om vijf uur, die moet ook nog in de historie betrokken zijn geweest; hoe, weet ik niet. En ze praten ook nog van een type, een echten zoon der duisternis, die er in gestookt moet hebben; en van een halfbroer van onzen Henri's vader, ook al een, die niet uitstak. Brrr!... Maar, dat is nu al zoo lang geleden, niemand weet daar op 't oogenblik meer het fijne van. Daar ligt een sluier over. Ik, voor mij, zou niet eens graag willen, dat Henri al die dingen te weten kwam. Het zou hem maar treurig maken. Maar als je zoo eens nagaat, wat zoo enkele personen door hun onmaatschappelijk gedrag voor ellende kunnen teweeg brengen. Nou begrijp je pas waar al die romans vandaan komen en die bloederige drama's op het tooneel. Je ziet ze als 't ware vlak om je heen."

„Ja, maar zoo is het toch altijd geweest," merkte de vrouw op: „vergeet je soms den Bijbel, met al die ongerechtigheden, die daarin vermeld worden?"