is toegevoegd aan je favorieten.

De drie dwazen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft. Geen poenig navolger van vreemde kunst kan een gezond en groot kunsdeven oproepen en in stand houden, doch alleen leugen en verval; of beter: een onvolksch kunststreven is het zekerste verschijnsel van volk in ondergang. Daar zit de groote Ontkenner achter, die verborgen zit te grijnzen achter zijn cosmopolitisch masker, en roept al maar voort: „humaniteit, vooruitgang en wereldburgerschap", maar hij meent losbandigheid, leelijkheid en ontzenuwing. En ten bate van wien?... Ten bate van het laatste instrument, dat hij hier op aarde noodig heeft; totdat hij ook dit afgedankte instrument kan wegwerpen; dan leidt hij den uitgedoofden bol door het heelal en hij grijnst voort, als overwinnaar van het goede en edele... Dus moet ik van Holland blijven met zijn vochtigen dampkring en zijn eindelooze vergezichten."

Een jonge schilder, een ruwe kwant, gewezen havenarbeider, die op een keer in den winkel kwam, was eens met hem naar boven gekomen, om zijn werk te zien. Tegenover dezen, die later grooten naam zou maken in Parijs, doch hier het zout niet in de pap verdiende, verkondigde hij dezelfde soort stellingen. Doch deze levensgenieter in opkomst, had hem smalend uitgelachen om zijn domme „onzakelijke theorieën". Hij ging binnenkort zichzelf overplanten naar de Lichtstad. Geld verdienen en bourgeoisvrouwen veroveren, zoolang hij nog geen rimpels in zijn gezicht had. Schouderophalend „om den nog steeds ongenezen gek" verliet hij dan de derde handelsstad der Wereld, om ver bezuiden den Moerdijk, recht op wereldroem en weelde aan te stevenen, met alle energie, die een taaien jongen uit het volk eigen is. „Maar van Gogh dan," redeneerde Thomas, op zijn kamer achtergebleven, „met zichzelf voort, „en Derkinderen en Scheffer?" „Juist," gaf hij zichzelf ten antwoord: „die hadden overal het vaderland met zich meegenomen."

Zoo was de winter van 1912 voorbijgevlogen als een maand, en op een dag zei hij tot Carolien: „ik heb dit half jaar meer harmonisch geluk gesmaakt, dan gedurende al