is toegevoegd aan uw favorieten.

Opus 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VORSTELIJK ONTWAKEN

Toen vocht zijn slaap met 't eerste daggeluid: een engel sliep en ademde aan zijn oor;

achter twee kleine heuvlen van ivoor riep, heesch van nachtelijke pijn, de fluit.

Over een stoel hing wit en waaierde uit en lag onthutst de eerste scheemring voor, de looze huls, die ziel en zin verloor aan het ontvloden lichaam van de bruid

die nu onnoozel in zijn armen sliep... Daarbuiten dreunden kolven... iemand riep... — geluk is broos in een ontrust gewest —.

Dan stond hij op en zie: met goud betrest, de smalle hand rondom het kil gevest,

was het opnieuw de koning, die daar liep.