is toegevoegd aan je favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegaan is, maar 's avonds wandelde ik met hem langs het strand; hij deed zoo heel anders met me dan jij, ik had nog nooit zooiets meegemaakt, ik was er heelemaal duizelig van en zoo raar in m'n hoofd; het was alsof ik een ander lichaam gekregen had. Of dat ik vergif in m'n bloed had. Misschien was ik wel krankzinnig dien avond, ik heb het later dikwijls gedacht. Hij zoende me ..

Een gebaar van Bernard deed haar plotseling zwijgen. „Schei uit, Hetty; in godsnaam, bespaar me de rest," steunde hij.

Ze lachte even, een kort, nuchter lachje, waar een zweem van spijt of bitterheid in lag.

„Er is geen rest. Het is bij die zoen gebleven."

Ze stond op, liep naar het raam en met haar rug naar hem toe, staarde ze in de duisternis.

Bernard slaakte een lange zucht.

„Maar wist hij dan niet, dat je geëngageerd was; de vrouw van een ander, daar blijf je toch met je handen af."

„Hij wist het. Maar hij lachte erom. Hét kon hem niets schelen."

„Wat een ellendeling, wat een karakterlooze ellendeling."

Ze draaide zich heftig om, hief, bijna bevelend een hand op. „Nee, dat is hij niet. Hij is anders dan jij, jij kunt hem niet begrijpen ... Ach nee, een man als jij kan zoo'n man niet begrijpen," zei ze er nog eens langzaam en peinzend achteraan, met een vreemde ijle stem, die hij nog nooit van haar gehoord had.

Bernard staarde haar aan. Zooals ze daar stond, met dien peinzenden blik waar een vreemde gloed in smeulde, was ze een vrouw, die hij niet kende; voor 't eerst was ze een vreemde voor hem; niet meer zijn vrouw van wie hij alles wist, van wie hij ieder gebaar, iedere nuance van gevoel en stemming kende, die hij beleefde als een deel van zichzelf, maar een mensch met z'n eigen gedachten, z'n