is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

week handje, waarbij ze alle buigzame vingers uitspreidde, terwijl ze naar de wieg klepperde. „Adoe, wat dotje, hij is donker, ja; men kan sien uw man een indische jongen is. Mag ik even opnemen?" Ze suste het kind, dat gestoord in z'n slaap wat ontevreden geluidjes begon te maken en wiegde het in haar arm. „Waarom so boos, kassian toch, so boos en dan so klein ..."

Hetty lachte stilletjes om den woordenstroom en keek naar het kleine kopje, dat nu weer vredig ingesluimerd tegen de witte kabajamouw van mevrouw Van Straeten lag, die op een stoel naast haar bed was komen zitten. Ze had ook opgemerkt, dat haar kind niet de roze gloed over het blank van zijn huidje had, die de heel jonge hollandsche kindertjes in de tropen nog frischheid geeft, maar het kon haar nu niet deren. Hij was zoo engelachtig lief met Bernard's donker haar en de schaduw van z'n lange wimpers op het teeder roomblank van z'n wangetjes. Hij was daar, als een schat uit den hemel, en ze kon hem niet anders wenschen dan hij haar gegeven was.

„Ik verbeeld mij," kwam mevrouw van Straeten's stemmetje wonderlijk peinzend, terwijl ze voorzichtig met een vinger over de teere schedel streek, „ik verbeeld mij, een kind van mij had so kunnen uitsien," en ze keek met een schuw lachje Hetty aan.

„Ja zéker," zei Hetty vriendelijk en daar ze haar bedoeling begreep met meer klem dan noodig was.

De kleine vrouw zuchtte diep en het leek Hetty, dat zij opeens erg oud was. Om iets vriendelijks te zeggen zei ze: „als u kinderen gehad hadt, zoudt u zeker al bijna aan kleinkindertjes toe geweest zijn, mevrouw."

„Ja, als ik gehad had," trilde haar hooge stemmetje en over haar vleezige wangen met de verdorde huid rolden twee glanzende tranen.

„Hoe jammer dat u geen kinderen hebt; kassian, het zou zoo aan u besteed geweest zijn," zei Hetty warm en