is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze zeker wist hem te kennen. Terwijl het vol dag was hing er een vreemde schemer in de vallei. Maar aan den uitgang — het was een groote afstand, die hen scheidde, maar ze zag hem zoo duidelijk alsof hij tegenover haar aan tafel zat — op een hoogen heuvel, waar weemoedig licht over viel als van een zonsondergang op een geluidloozen herfstdag, stond Bernard; en zag haar aan.

Den heelen dag liep ze rond met de kwelling van deze onbegrepen droom. Want ze wist nu dat ze al meermalen op de grens van wake en droom ditzelfde doorleefd had. Maar altijd zóó, dat, de beelden nevelig in elkaar overvloeiend en de gewaarwordingen vluchtig en aan de oppervlakte drijvend zonder zich tot een gevoelservaring te verdiepen, het geheele droombeeld, of wat het zijn mocht, niet meer dan een impressie van onrust achterliet.

Onrust vergezelde haar op het verdere deel van haar reis. Alsof ze gedreven werd naar een doel, dat ze niet kende, maar dat haar in zijn fataliteit beheerschte.

„Mevrouw Heldring is uitgegaan," zei het dienstmeisje, dat opendeed.

„Wel bliksem, ik heb niet eens permissie gegeven op te staan," verontwaardigde zich de oude dokter Heldring, die zich na het neerleggen van zijn praktijk in den Haag gevestigd had en stapte over den drempel. „Ik zal wel even wachten."

„Mevrouw is naar den kapper," waarschuwde het meisje.

„Nou en wat zou dat? Ik heb den tijd."

Het meisje keek hem medelijdend aan: wachten op een vrouw die naar den kapper is! Enfin, hij moest het zelf weten.

Na een half uurtje kwam Hetty dan toch en vond hem