is toegevoegd aan uw favorieten.

Dokter Heldring's groote conflict

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rioriteit. Ofschoon ze, te oordeelen aan de soepelheid der huid van hals en armen — want aan het geverfde gezicht viel geen leeftijd te bepalen — misschien niet ouder dan een jaar of twintig was, klonk het woord „meisje" in verband met haar persoontje, bespottelijk van naïeveteit. Hetty dacht, dat ze nog nooit zoo'n hyper-modern wezen gezien had en voelde een bijna fysieken tegenzin. Vast stond, dat een benaming voor dit type nog niet gevonden was. Het zat 'm niet zoozeer in het raffinement van kleeding en schminck, als wel in houding en gezichtsuitdrukking. Terwijl haar armen en beenen door overtraining hun vrouwelijke ronding verloren hadden en hard waren als die van een adolescent, en haar lang lichaam soepel en sterk scheen als dat van een renpaard, wist ze in haar bewegingen een lokkende perversiteit te leggen, die door haar koude, cynische oogen weer op verwarrende wijze tegengesproken werd. Het mannelijk deel van het gezelschap, uitgezonderd Eduard Ligtgeest, die z'n aandacht aan Hetty bleef besteden, was dan ook eenigermate onrustig geworden.

„En is je man naar Afrika, Milly?" brak iemand de pauze met een vraag aan mevrouw Van Bleyenburg.

„Ja, ik heb Wim naar Southampton gebracht." En Milly, die niet tegen een forsche tennismatch opzag, klaagde en zuchtte over dat toch eigenlijk nog zoo omslachtig gedoe van met den trein naar Rotterdam te moeten, te moeten vliegen naar Londen en daar weer te moeten overstappen ... „En stel jullie eens voor, ik had een paar kussens gemaakt voor z'n dekstoel, maar die wou hij maar liever op den divan in z'n hut hebben. Hoef je niets meer te vragen. Ik zei dan ook zoo langs m'n neus weg: ,,'k ben benieuwd hoeveel verschillende hoofden daarop komen te liggen. En weet je wat hij zei? Nu je me bij voorbaat al zoo je toestemming geeft zal ik er, denk ik, geen gebruik van maken."